Posts tonen met het label boeddhisme in Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhisme in Nederland. Alle posts tonen

zaterdag 20 april 2013

Kunnen boeddhisten leren ?

Het onderstaande heb ik op 20 april als reactie geplaatst in het Boeddhistisch Dagblad.
Bij nader inzien vond ik het 'tijdeloos' genoeg, het ook in m'n eigen blog te plaatsen.
Context is de discussie over Ritskes en Zen.Nl waarover ik ook de afgelopen weken heb geschreven.


Hoewel er de komende dagen wellicht opnieuw een bommetje gegooid zal worden, denk ik dat het stof langzamerhand wel neer kan dalen in ‘de zaak Ritskes’.
En we dus toekomen aan de vraag: hoe nu verder?
En aan de vraag: wat leren we er van?

Het ‘hoe nu verder’ is primair de vraag bij Zen.Nl
Ritskes kan zich terugtrekken als hoofdleraar en z’n financiële banden ontwarren; of hij doet dat niet.
De ‘eigenaren’ van lokale Zen.Nl-vestigingen /leraren kunnen zich losmaken van Zen.Nl zoals in het verleden al door een aantal mensen is gedaan; of ze doen dat niet en tekenen (feitelijk of in de geest) een nieuwe loyaliteitsverklaring richting Ritskes. Het zal wel een mengvorm worden. Ik wens hen sterkte in hun keus.

De vraag ‘wat leren we er van’ geldt de boeddhistische gemeenschap , degenen die de laatste weken aan deze discussie hebben deelgenomen door te schrijven of door actief te lezen, en dat waren er zeer velen, blijkt uit de statistieken van de diverse blogs!
‘Leren discussiëren’ is het eerste; dat ging nog steeds onhandig maar dat is ‘ons’ ook niet kwalijk te nemen, dat is in het Nederlandse boeddhisme bijna nooit gedaan.
De lastigste probleem daarbij is: is het zinnig je af te vragen wat boeddhisme is en wat (al te westers, al te werelds) geen boeddhisme? De vraag is niet te beantwoorden maar is toch een belangrijke vraag, een paradox!
Over dat discussiëren zijn nog veel meer vragen te stellen, bijvoorbeeld: hoe zo’n discussie te modereren en moet daarbij de moderator actief meepraten?

Een specifiek thema zal steeds meer blijken te zijn: de rol van de leraar. Moeten ‘we’ het traditionele Aziatische model blijven hanteren of kunnen we een meer horizontaal westers model vinden waarin wel overeind blijft dat de één verder op het pad is dan de ander?

Uiteindelijk gaat het hier om de vraag: zijn we gezamenlijk verantwoordelijk voor de vorm die het boeddhisme in Nederland (in al haar veelvormigheid) aan gaat nemen?
Ik denk van wel, ‘leven en laten leven’ is niet genoeg.
En die verantwoordelijkheid kunnen we niet aan een instantie overlaten.


Update 21 april

Er lopen nog steeds diverse discussies over diverse thema's van 'de zaak Ritskes'
Op bovenstaande thread volgden er een drietal reacties (deels) op mijn reactie.
Ik schreef daar weer over:

Nieuws kan gebracht worden in de vorm van of kan het effect hebben van een bommetje, het was geen oordeel maar een metaforische manier van zeggen, Joop Ha
En of ‘Rients Ritskes onwaarheid heeft gesproken over zijn autorisatie als leraar‘ is vanaf het begin (voor mij zoals ik eerder schreef: 2011) niet m’n punt geweest. Het punt is het schermen met autorisaties en zogenaamd wetenschappelijk gemeten effecten.
(En ‘autorisatie’ is voor mij geen Dharma-begrip)

Blijven mijn vragen: ‘wat nu te doen’; en ‘wat leren we hiervan’?
Zowel ‘vanuit stilte en de oprechte wens tot zelfreflectie ‘, zoals Anne terecht zegt.
Maar ook in de openbaarheid – want daarin ben ik het niet met haar (of hem?) eens – er zijn voor mij geen ‘situaties die je niet direct aangaan ‘.

Met Pjotr ben ik het eens. Ik heb ook wel een idee hoe de door hem bedoelde ‘constructie’ voor individuele Zen.Nl-leraren er uit zou kunnen zien maar ben misschien niet de geschikte autoriteit om dat voor te stellen en misschien is het nog te vroeg daarvoor.
Want nogmaals: meer dan wat Ritskes nu zou kunnen zeggen vind ik het interessant wat zijn leerlingen (lokale ‘leraren’) vinden van de situatie.



Op een andere thread schreef 'Frank' over het uitsteken van de hand naar de ander.
Mijn reactie:

Ik wil wel een stukje met je suggestie meegaan, Frank (zonder achternaam).
Alleen, was het maar waar dat ‘Nederlandse zen gemeenschap ‘ van zich heeft laten horen; de andere Zen-sangha’s (dan Zen.Nl) laten juist niet van zich horen. Meer types zoals ik: wel boeddhist, maar geen Zen-boeddhist, en betrokken op het hele boeddhisme.

Je wil net als ik weten ‘wat zen.nl leraren en leraren in opleiding van deze situatie vinden‘; ze lijken wel verlamd en dat kan ik me voorstellen; misschien moet iemand ze bij elkaar roepen en ze over hun situatie laten praten (ook over de financiële dimensie daarvan want die kant ligt wel onder de hele problematiek)
En Rient Ritskes heeft zich in een eenzame hoek gemanoevreerd, ik hoop dat hij – zonder echte leraar zijnde – een vertrouwenspersoon heeft waarmee hij kan afwegen of hij wel of niet terugtreedt als hoofdleraar van Zen.Nl en hoe het met dat geld moet.

Meer hand kan ik niet uitsteken, het moet van mensen van Zen.Nl zelf komen.
Of van andere Zen-leraren.


Dat was het voorlopig
Ik ga even onder water; voor een week, of twee.

dinsdag 16 april 2013

De vreemde wereld van Zen

Net als het Boeddhistisch Dagblad ontving ik een persbericht, getiteld 'Titelfraude Zen.nl, autorisaties zonder formele waarde ' met het verzoek het te plaatsen.
Ik neem het hier op als bijlage 1. Dit bericht werd 'verzonden namens en op verzoek van Sokun Tsushimoto Roshi', ik kreeg het van Ron Sinnige.

Dit bericht veroorzaakte grote onrust bij de schrijvers van reacties in het BD.
Zie het bericht van 14 april , met 21 reacties, vooral van leerlingen
Ik heb er ook een paar geschreven op een eerder bericht, een weergave van het persbericht van Zen.Nl , die copieer ik hieronder (bijlage 2).

Hier wil ik iets schrijven over de wonderlijke wereld van Zen, door sommigen ook wel genoemd Zen-boeddhisme.
Hoezo, is 'Zen ' dan niet gewoon een afkorting van 'Zen-boeddhisme ' ?
Volgens sommigen van de aanhangers van deze stroming(en) kennelijk niet. Zelfs de meest elementaire principes van het boeddhisme (over anicca, anatta, dukkha en de Vier Edele Waarheden bijvoorbeeld) worden terzijde geschoven door deze aanhangers, die de woorden Boeddha en boeddhisme ook niet gebruiken. Rients Ritskes is volgens mij een van dezen, al moet ik toegeven lang niet alles van zijn boeken gelezen te hebben, ik kan niet tegen zijn onderwerpkeus en zijn vorm van positief denken (zie mijn blog daarover)
Overigens: ik ken ook 'Zennies' die nadrukkelijk wel boeddhist zijn, die naar de letter of naar de geest toevlucht hebben genomen.

Waar deze vorm van Zen wel extreem veel waarde aan hecht, is het begrip 'lineage '. Een Engels woord (Zen heet wel uit Japan te komen maar is nogal Amerikaans net zo als de pizza) dat vertaald kan worden als afstammingslijn . Van de huidige leraar van een beoefenaar rechtsstreeks via Japanse-Chinese-Indiase stappen naar de historische Boeddha, hier meestal Sakyamuni genoemd (Theravadins gebruiken die eigennaam nooit, die spreken van Siddharta en/of Gautama om de historische Boeddha aan te duiden)
Het is typisch Oostaziatisch (China, Japan) fenomeen dat veel lijkt op de daar toch al belangrijke voorouderverering. In India (vroeger) en in Theravada-landen speelt het slechts een ondergeschikte rol.
De wat ironische kritiek op de historische betrouwbaarheid van het lineage-denken in het algemeen is mooi beschreven door John R. McRae in 'Seeing through Zen: Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism ', Berkeley: University of California Press, 2003. Zie als klikbaar plaatje zijn 'Rules of Zen studies .

In het vroege boeddhisme, in de Pali Canon en in Theravada speelt de leraar ook een rol. Vooral de Boeddha zelf als leraar dan; maar ook wel de senior-monnik.
Maar vooral toch is de leer de leraar
Duidelijk wordt dat verwoord in twee citaten uit de Maha Parinibbana Sutta (Digha Nikaya 16):
“ 2.26. Wees daarom, Ananda, als een eiland voor jullie zelf, een toevlucht voor jullie zelf, zoek geen externe toevlucht. Met de Dhamma als jullie eiland, met de Dhamma als jullie toevlucht, zoek geen andere toevlucht.
en
6.1. En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."
Bron: hier
Ook elders in de Sutta's komt nergens de uitspraak van de Boeddha voor dat hij een opvolger (onder zijn monniken) benoemd

Een opmerking van Buddhadasa Bhikku spreekt mij wat dat betreft zeer aan:
The next consideration is what they call an "acariya (teacher, master)".But in truth, even in the old training systems, they did not talk much about "acariya." They called such a person a "good friend (kalyana-mitta)." To say "friend" - an advisor who can help us with certain things - is correct.We should not forget, however, principle that no one can help someone else directly. Yet nowadays, everyone wants to have a teacher to supervise them! A good friend is someone who has extensive personal experience and knowledge about the meditation practice or whatever else it is that we are striving to do. Although he is able to answer questions and explain some difficulties, it is not necessary for him to sit over us and supervise every breath. A good friend who will answer questions and help us work through certain obstacles is more than enough. To have such a kalyana-mitta is one more thing to arrange.”


Als ik vanuit deze optiek het persbericht lees, kan ik dat alleen maar hoofdschuddend doen.
Maar ook met compassie, voor degenen die dure cursussen bij Zen.Nl hebben gevolgd en dachten daarmee een 'echte' Zen-titel te verkrijgen.
Behalve dat een titel vanuit mijn perspectief helemaal niets betekent, betekenen deze specifiek Zen.Nl-titels ook nog eens niks vanuit Zen-perspectief.
Kortom: ook in Zen is dukkha volop aanwezig, of ze het weten of niet.

Nawoord
Het is nu twee dagen na de hete zondag 14 april waarin Rients Ritskes gebraden werd.
Tot nu heeft niemand van de leraren van andere Zen-sangha's in Nederland zich publiekelijk uitgelaten over deze zaak.
Ook (het bestuur of lerarenraad van) de BUN niet, maar dat had ik ook niet verwacht, die zijn volstrekt irrelevant.



Bijlage 1
Persbericht, verzonden namens en op verzoek van Sokun Tsushimoto Roshi

Titelfraude Zen.nl, autorisaties zonder formele waarde
Rients Ritskes, leider van Zen.nl, leidt al jarenlang mensen op tot zenleraar of zenmeester zonder dat hij zelf enige autorisatie heeft. Alle autorisaties van Zen.nl zijn daarmee formeel zonder waarde.
Ritskes maakte valse claims over zijn status op zijn website en in interviews en gesprekken. Hij beweerde  dat hij in 1999 als zenmeester was geautoriseerd door Sokun Tsushimoto Roshi, een Japanse zenmeester die momenteel arts is. Ritskes noemt zichzelf ‘Zen Master’, ‘Dai Osho’ en ‘Roshi’. Hij incasseert hoge bedragen voor opleidingen. Op aandringen van Tsushimoto Roshi heeft hij begin april zijn valse claim van zijn website verwijderd. Op veel andere plaatsen op internet is deze nog wel te vinden. Tsushimoto Roshi heeft ook aangedrongen op een publieke verklaring waarin Ritskes de waarheid vertelt. Tot op heden is niet aan dit verzoek voldaan. De gedragscode van Zen.nl kent de volgende bepaling: ‘Je doorziet je eigen tekortkomingen en kunt waar nodig goed excuses maken’ (http://www.zen.nl/nl/gedragscode.php’) .
Sokun Tsushimoto Roshi was niet op de hoogte van de claim van Ritskes tot begin april van dit jaar. Op zijn website www.revsokun.net schrijft Tsushimoto nu: ‘I declare that I have never ever authorized anyone as a Roshi (zen master).’ Hij geeft aan dat hij ‘erg verdrietig en woedend’ is dat hij op deze manier door Ritskes gebruikt is. Hij heeft Ritskes in 1999 als teken van vriendschap een rakusu gegeven, een Japans symbool van het monnikskleed van de Boeddha. Daarover zegt Tsushimoto: ‘Als een zenmeester zijn leerling autoriseert als Dharma-opvolger, geeft hij hem officieel een ‘Inka-certificaat’ (kalligrafie) als bewijs van autorisatie. Dan krijgt de leerling de titel Roshi. Een andere vorm van autorisatie, bijvoorbeeld het geven van een rakusu, monnikskleed en dergelijke, is niet toegestaan.’ 
Ritskes vraagt voor zijn opleidingsprogramma een bedrag van 297,50 per maand (minder draagkrachtigen kunnen in overleg een korting krijgen op dit bedrag). Mensen kunnen een ‘eerste-, tweede-  en derdegraads bevoegdheid’ halen binnen een vastgesteld aantal jaren, als ze aan bepaalde kwalificaties en inspanningen voldoen. Op dit moment volgen 135 mensen de opleiding in enig stadium. Ruim 100 mensen hebben eerder (een deel van) de opleiding gevolgd. De bruto inkomsten uit alleen al dit traject van Zen.nl lopen daarmee in de tonnen per jaar.
Tsushimoto Roshi over de termijnen en de bedragen: ‘Je kunt zen niet kopen. Het is totale nonsens om te stellen dat je zenleraar of zenmeester kunt worden binnen een bepaalde tijd, ook al moet je daarbij aan een aantal voorwaarden voldoen. Zen is individuele beoefening waarbij je zoekt naar je ware zelf, dat niet-zelf is. Een echte zenmeester of leraar vraagt geen hoge geldbedragen voor cursussen en zentraining.’

Nadat Ritskes begin april door Tsushimoto Roshi is aangesproken op zijn valse voorstelling van zaken, schrijft Ritskes hem plotseling iets anders over zijn autorisatie. Hij verklaart nu dat ‘zijn 30 leraren’ in 2010 besloten om hem als zenmeester / roshi te autoriseren. Volgens Ritskes tekenden ze daartoe een certificaat en gaven ze hem een nieuwe rakusu. In de zentraditie is het niet mogelijk dat studenten hun leraar autoriseren. Mogelijk daarom laat Ritskes tegelijk aan Tsushimoto Roshi weten dat hij in Nederland ‘al uitgebreid heeft aangekondigd’ dat hij vanaf nu doorgaat zonder enige verbinding met het Japanse Rinzai zen, en dat Tsushimoto geen autorisatie heeft verleend aan Ritskes.  
Onder druk van de omstandigheden heeft Ritskes inmiddels zelf een persbericht uitgebracht waarin hij het doet voorkomen alsof hij uit vrije wil ‘breekt’ met zijn Japanse meester (die hij niet heeft) en dat hij naar Japan is om ‘zijn monnikskleed’ terug te brengen. Overigens woont Tsushimoto Roshi momenteel in Londen. Ook geeft Ritskes in zijn persbericht opnieuw een valse voorstelling van zaken over zijn vermeende autorisatie. '



Bijlage 2

Reacties van mij over 'de zaak Ritskes' in het Boeddistisch Dagblad

( http://boeddhistischdagblad.nl/zenleraar-rients-ritskes-neemt-afstand-van-japanse-zenmeester/#comments )
Ik citeer hier alleen mezelf en niet de andere reageerders waarop ik soms weer reageer. Een paar keer heb ik naar andere reacties verwezen, dat schrap ik hier.
De haiku (die ik zelf had geschreven) vind ik nog steeds wel gaaf.

Een opvallend bericht. Maar ook een merkwaardig bericht dat context en commentaar verdient. Ik heb dat in mijn blog over dit bericht geprobeerd http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/04/asjemenou-zenleraar-rients-ritskes.html
Het bericht staat nu (12 april) ook op de website van Zen.Nl, als persbericht, zonder veel spirituele diepgang.
Die website moet trouwens drastisch worden herzien, nu de wortels met de Japanse zen worden doorgesneden, titels als ‘osho’ zullen waarschijnlijk verdwijnen en sesshins zullen geen sesshins meer heten.
Nog één suggestie voor de altijd creatieve en de tijdgeest aanvoelende Ritskes: schrap de
term ‘Zen’ en vervang haar door een flitsender begrip.
=======================================================================

Nog een aanvulling, over mijn suggestie hierboven.
Daarvoor moet je de geschiedenis van de verspreiding van het boeddhisme een beetje kennen.
Meditatie (ook maar een woord, je kan het ook concentratie noemen) is in het Pali ‘Jhana ‘, in het Sanskriet ‘Dhyana ‘, in het Chinees ‘ Chan ‘ en in het Japans ‘Zen ‘.
Nu de volgende stap, door Ritskes te nemen: noem het ‘Med ‘, als afkorting van ‘meditatie’.
‘ Med.Nl ‘, wie claimt het eerst die naam?
‘ Con.Nl ‘, als afkorting van ‘concentratie’ kan ook maar vind ik minder fraai.
En nog wat: wat zullen andere Zen- en Chan- en Leven-in-aandacht-sangha’s van deze stap van Ritskes vinden ?
=======================================================================

Haiku van een onbekend auteur:

De Boeddha noemt zijn leer
“lijden en het beëindigen van het lijden”.
Zen is pissen tegen de wind
=======================================================================
….
Mijn bezorgdheid over de ontwikkelingen bij Zen.Nl zijn tweeërlei:
- Het commerciele, het positieve denken en op succesvolle doelstellingen gericht zijn. De religieuze of levensbeschouwelijke dimensie die het Zen-boeddhisme ook heeft (en waar zowel jij als ik waarde aan hechten, denk ik te mogen zeggen, Jules) verdwijnt uit het zicht.
- Een ontwikkeling die licht maar toch geleidelijk steeds nadrukkelijker in de richting van een sekte gaat, het verbreken van de banden met Japanse leraren (wat mij op zich niet interesseert) is daar weer een symptoom van. Dat is een zorg t.a.v. de cursisten die contracten moeten sluiten maar ook t.a.v. het boeddhisme in Nederland in het algemeen; immers in steeds meer plaatsen heeft Zen.Nl een monopolie-positie om (boeddhistisch) te kunnen mediteren. Ook de rol die HET BOEK van R.R. in de cursussen speelt, vind ik eng.
Op die reden zouden ook andere Zen-sangha’s in Nederland zich zorgen moeten maken en dat ook (want ik weet dat sommigen er ongelukkig mee zijn) hardop durven zeggen. Maar ik vermoed dat die bang zijn van jaloersheid op het succes van Zen.Nl te worden beschuldigd.
Verder weet ik ook mezelf onder te pissen, al ben ik pas een beginner op het gebied van de Zen-humor.
=======================================================================
….
Wie kan min of meer objectief oordelen over de Zen.Nl-controverse? Iedereen is belanghebbend, ook de hoogleraren van der Braak en van der Velde een beetje.
Het gaat trouwens niet alleen om commercie of niet maar om wat bij Zen zeer belangrijk, haast wel heilig , is: de lineage. En daar heeft RR een knoeiboel van gemaakt, dat is een van de weinige dingen die zeker is.
=======================================================================

Nog even terugkomen op m’n opmerking van vanmiddag “Iedereen is belanghebbend, ook de hoogleraren van der Braak en van der Velde een beetje.”
Beide heren hebben college gegeven (ik neem aan tegen een redelijke vergoeding) aan een door Ritskes georganiseerde prestigieuze ‘Zenfilosofie Zomercursus ‘, in 2012. Dat kan maar dat maakt hen minder geschikt als eventuele bemiddelaars of scheidsrechters in de huidige controverse.
De door de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) ingestelde ‘Lerarenraad’ (waar Ritskes ook in zit) is daar ook niet geschikt voor, denk ik.

woensdag 10 april 2013

Asjemenou - Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester


UPDATE van 12 april
Het bericht staat nu ook op de website van Zen.Nl , als persbericht .
Dat heb ik ook in het Boeddhistisch Dagblad vermeld, met wat verdere opmerkingen:
' Een opvallend bericht. Maar ook een merkwaardig bericht dat context en commentaar verdient. Ik heb dat in mijn blog over dit bericht geprobeerd. ..
Het bericht staat nu (12 april) ook op de website van Zen.Nl, als persbericht, zonder veel spirituele diepgang.
Die website moet trouwens drastisch worden herzien, nu de wortels met de Japanse zen worden doorgesneden, titels als ‘osho’ zullen waarschijnlijk verdwijnen en sesshins zullen geen sesshins meer heten.
Nog één suggestie voor de altijd creatieve en de tijdgeest aanvoelende Ritskes: schrap de term ‘Zen’ en vervang haar door een flitsender begrip.
'

========================================================================

Nog een aanvulling, over mijn suggestie hierboven.
Daarvoor moet je de geschiedenis van de verspreiding van het boeddhisme een beetje kennen.
Meditatie (ook maar een woord, je kan het ook concentratie noemen) is in het Pali 'Jhana ', in het Sanskriet 'Dhyana ', in het Chinees ' Chan ' en in het Japans 'Zen '.
Nu de volgende stap, door Ritskes te nemen: noem het 'Med ', als afkorting van 'meditatie'.
' Med.Nl ', wie claimt het eerst die naam?
' Con.Nl ', als afkorting van 'concentratie' kan ook, maar vind ik minder fraai.

En nog wat: wat zullen andere Zen- en Chan- en Leven-in-aandacht-sangha's van deze stap van Ritskes vinden ?

========================================================================

Het staat in de rubriek 'Nieuws' van de website van Bodhitv , 'Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester '
Ik zet het toch maar tussen aanhalingstekens want de website van hem, Zen.Nl vermeldt het bericht niet en ook de twitter-accounts van hem of zen_nl maken er geen gewag van.

Hieronder citeer ik het bericht volledig, want het is toch wel bijzonder nieuws.
Het is moeilijk voor een buitenstaander (in zen-kringen) als ik om dit bericht te 'vertalen', te 'decoderen'.
Wat is er echt aan de hand? Hebben vertegenwoordigers van zijn zen-traditie in Japan hem gezegd dat zijn leraar-opleiding voor hen niet acceptabel is? Vreest Ritskes reputatie-schade als hij in verband wordt gebracht met de omstreden (inderdaad, seks met z'n leerlingen) roshi Joshu Sasaki? ( zie hier )
Heeft men (in Japan) wellicht ook commentaar bij zijn verdienmodel? In ieder geval is dat er in Nederland wel evenals op zijn inflatoire benadering van het leraarschap die communicatie tussen Zen.nl en andere zen-sangha's in Nederland (die zijn er ook nog!) bemoeilijken.

Het bericht besluit met "Zen.nl blijft ook lid van de Boeddhistische Unie Nederland."
Dat is een hele geruststelling, al weet ik niet voor wie. Het komt me voor dat dit aan de ledenvergadering van de BUN is, maar die zal het wel als zoete koek slikken.
Er is natuurlijk wel iets tegen in te brengen: het boeddhistische gehalte van Zen.nl is met deze stap nog verder afgenomen. Wiens zorg is dat?



" Zenleraar Rients Ritskes neemt afstand van Japanse Zenmeester

25 jaar nadat Rients Ritskes (1957) zijn eerste zenlessen, onder toeziend oog van de Japanse Rinzai zentraditie gaf, breekt hij met zijn Japanse meester. Volgende week reist hij naar Japan om zijn in 1999 ontvangen Monnikspij in te leveren. Ritskes wil op deze wijze enige afstand nemen van de Japanse traditie. Zijn doel is zeker te stellen dat de verder bijzonder mooie en zeer waardevolle zentraditie in een aan deze tijd aangepaste vorm verder kan groeien en bloeien. Een ontwikkeling die binnen Zen.nl wordt nagestreefd en gerealiseerd.

De aanleiding voor deze weloverwogen stap is het feit dat Rients Ritskes, de Zen-meester en hoofdopleider van Zen.nl inmiddels bijna op alle fronten een andere dan de in Japan gewenste lijn volgt. Het belangrijkste onderdeel daarvan is wel de inhoud en vorm van de opleiding tot zenleraar. Gezien de toenemende belangstelling startte Zen.nl 5 jaar geleden met het professionaliseren van deze deeltijd opleiding. Inmiddels is de structurering van de opleiding helemaal rond en deze week wordt bij het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (CRKBO) de erkenning aangevraagd. (Meer info over de opleiding tot zenleraar zie: www.zen.nl)

In Japan zijn officiële vertegenwoordigers van de Rinzai school van mening, dat alleen een opleiding van minimaal 10 jaar in een Japans zen-klooster goed genoeg zou zijn om leraar te worden. In Nederland is inmiddels het tegendeel ruimschoots aangetoond. De gezamenlijke Zen.nl leraren geven momenteel meer dan 150 groepen wekelijks les en deze worden structureel goed tot zeer goed geëvalueerd. Dit in tegenstelling tot een steeds verder teruglopende belangstelling voor het traditionele (Rinzai) zenonderwijs in Japan. Het succes van Zen.nl komt waarschijnlijk doordat zeer sterk gefocust wordt op de integratie van het geleerde in de dagelijkse praktijk.

Een ander verschil van mening gaat over de didactische methoden. In Japan is de Rinzai opleiding van leraren in het klooster niet of nauwelijks verschillend van 200 jaar geleden. Aan nieuwe inzichten uit de psychologie en didactiek lijkt men geen boodschap te hebben. Zo zijn er nog steeds zenmeesters die veel hard schreeuwen en is het standaard dat ze urenlange monologen houden. Het Zen.nl onderwijs voor aanstaande leraren laat zich daarentegen inspireren door de modernste onderwijstechnieken, waarbij onder andere participatie, transparantie, opbouwende feedback en al in een vroeg stadium lesgeven de effectieve instrumenten zijn. Ritskes beoefende zelf 10 jaar zen (waarvan 1 jaar in Japan), voor hij zelf in 1987 les ging geven. Hij deed dit met toestemming van een moderne, maar inmiddels overleden Japanse zenmeester, Hirata Roshi van het belangrijke zenklooster Tenryu-ji. Van Seiko Hirata Roshi ontving hij de naam RanZen, hetgeen betekent: Nederlandse Zen. Die naam wil hij graag blijvend eer aan doen.

De inhoud van het in de afgelopen decennia ontwikkelde onderwijs aanbod van Zen.nl zal door bovenstaande niet veranderen. Zie voor de visie van Zen.nl www.zen.nl.
Zen.nl blijft ook lid van de Boeddhistische Unie Nederland.
"

vrijdag 5 april 2013

Een boeddhist maalt niet om erkenning

Met toestemming van de auteur neem ik hier een tekst op die Edel Maex onlangs plaatste op zijn blog LEVEN IN DE MAALSTROOM

Onder de titel " Zou een erkenning van het boeddhisme wijsheid zijn? " gaat hij, persoonlijk en tegelijk met distantie in op de voor- en nadelen van erkenning van het boeddhisme . In zijn geval in België, maar ondanks verschillen in subsidie- en belastingwetgeving t.a.v. religies ook relevant voor de Nederlandse situatie.
Zijn - voorzichtige, want de gevoeligheden in België zijn groot - conclusie luidt:
" Het zou best kunnen dat ook voor het boeddhisme een erkenning op dit ogenblik het ergste is wat haar zou kunnen overkomen.
Het boeddhisme in Nederland is 'erkend', door een aantal overheidsorganen.
En het is bepaald niet het beste dat ons is overkomen; vind ik hoor, maar ik maal niet om erkenning.


Zou een erkenning van het boeddhisme wijsheid zijn? door Edel Maex

Een mogelijke erkenning van het boeddhisme in België staat al geruime tijd in de steigers. Niet onlogisch. De invloed van het boeddhisme in het levensbeschouwelijk landschap is in de voorbije jaren alsmaar toegenomen.

Zelf ben ik tot 2010 nauw bij deze materie betrokken geweest. Eerst als bestuurslid daarna als secretaris generaal van de Boeddhistische Unie van België (BUB). Nu ik er weer wat meer afstand van heb stel ik mij in alle eerlijkheid de vraag: zou een uiteindelijke erkenning van het boeddhisme op dit ogenblik een wijze beslissing zijn?

De context

Anders dan in de ons omringende landen bepaalt de Belgische grondwet dat de bedienaren van de erediensten door de staat bezoldigd worden. Daarenboven worden materiële en financiële tekorten door de overheid bijgepast. Dit systeem stamt nog uit de tijd van Napoleon. In oorsprong was het een schadevergoeding voor de confiscatie van kerkelijke bezittingen tijdens de Franse revolutie.

België is zowat het enige land waar dit systeem tot op heden is blijven bestaan. Ondertussen zijn er zes erediensten erkend. Op basis van het principe van gelijkberechtiging heeft ook de georganiseerde vrijzinnigheid, die zichzelf uiteraard niet als een eredienst wil zien, een bijkomend artikel in de grondwet verkregen. Hierdoor worden ook de morele consulenten door de staat bezoldigd en worden de kosten van de centra voor morele dienstverlening bijgepast.

Op basis van hetzelfde principe van gelijkberechtiging is het maar logisch dat ook aan het boeddhisme dezelfde voordelen worden toegekend.

Logisch is het zeker, maar is het ook wijs?

Representatief orgaan

Een basisvoorwaarde voor de overheid voor de erkenning van een levensbeschouwing is het oprichten van een centraal representatief orgaan. Vanuit het perspectief van de overheid is dit begrijpelijk. Zij wil zich niet tot een bont lappendeken moeten richten maar wil één duidelijk aanspreekpunt. Vanuit het perspectief van levensbeschouwingen is het enkel de Katholieke Kerk die een dergelijke centrale organisatievorm kent. Voor de andere levensbeschouwingen is dit een vreemd gegeven. Hoe moeten b.v. de verschillende islamitische tradities of de talrijke protestantse kerken als een eenheid naar buiten komen?

Om aan deze eis te kunnen voldoen is de BUB opgericht. De raad van bestuur van de BUB werpt zich op als representatief orgaan van het boeddhisme in België. Ook voor het historisch zeer heterogene boeddhisme is het een vreemd idee om door één centraal orgaan gerepresenteerd te worden.

De BUB telt 20 leden. Dat is maar een fractie van wat er op het terrein leeft. De BUB wil de verschillende boeddhistische verenigingen in België verenigen en naar de overheid vertegenwoordigen. Maar er zijn talrijke boeddhistische verenigingen die geen lid zijn van de BUB. Sommige van deze verenigingen voelen er helemaal niet voor om zich onder een koepel te scharen, die ze als een soort Vaticaan aanvoelen en staan erop hun autonomie te bewaren. Andere verenigingen willen wel graag lid worden maar voelen zich er niet welkom.

In de huidige situatie is het erg moeilijk om de raad van bestuur van de BUB te zien als een orgaan dat het de morele autoriteit heeft om het hele boeddhisme in België te representeren. Een officiële erkenning van de BUB als representatief orgaan zou neerkomen op een flinke hap geld voor een handvol verenigingen en de officiële uitsluiting van een groot aantal andere. Dat kan toch niet de bedoeling van de (grond)wetgever geweest zijn.

Is een erkenning wel begerenswaardig?

Op het eerste zicht lijkt het een enorme financiële opsteker als de overheid de bezoldiging van de bedienaren op zich neemt en de kosten van de materiële noodwendigheden bijpast. Uit talrijke gesprekken met vertegenwoordigers van andere levensbeschouwingen komen toch meer gemengde gevoelens naar voren.

Sommige vrijzinnigen noemen de erkenning zonder meer het ergste wat de vrijzinnigheid in België ooit is overkomen. Voor sommigen heeft de eis om als een eenheid naar de overheid op te treden het debat binnen de vrijzinnigheid in de kiem gesmoord. Ze waarschuwen het boeddhisme voor het risico op ‘verkostering’, met name dat materiële en financiële belangen de inhoud gaan verdringen.

Het boeddhisme is geen eenheid. Het heeft sinds de dood van een historische Boeddha vele en soms heftige polemieken gekend. Het is uit deze debatten dat verschillende tradities en scholen voortgekomen zijn. Dit heeft geleid tot een zeer grote rijkdom van teksten, doctrines en praktijken. Het zou een enorme verarming betekenen moest deze debatcultuur geofferd worden aan het gouden kalf van de erkenning.

Ook bij sommige katholieke priesters klinkt het geluid dat het Belgische financieringssysteem de Kerk lui gemaakt heeft. Ze ervaren de Kerk in België als een stuk minder vitaal dan in onze buurlanden. Omdat de Kerk toch door de overheid gefinancierd wordt heeft ze zich veel minder naar haar eigen gelovigen te verantwoorden.

Dit heeft ook voor gevolg dat de Belg levensbeschouwing is gaan zien als iets dat van boven moet komen en dan ook gratis moet zijn. We hebben geen moeite om geld uit te geven in een restaurant maar vinden het overdreven als een gelijkaardig bedrag gevraagd wordt voor een dag over een filosofisch of levensbeschouwelijk thema. Geestelijk voedsel mag niets kosten. We staan er niet bij stil dat de religie uiteindelijk niet gratis is maar door ieder van ons als belastingsbetaler betaald wordt, zij het zonder enige democratische inspraak in de bestemming en het gebruik ervan.

De huidige bloei van het boeddhisme in het Westen bewijst dat het ook anders kan en dat mensen met veel goodwill en idealisme in staat zijn zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen levensbeschouwing en de beoefening daarvan. Een eventuele erkenning van het boeddhisme binnen het huidige systeem dreigt ook dat in de kiem te smoren.

Recent toonde Jan Peumans, een bekend politicus en voorzitter van het Vlaams Parlement, een bewonderenswaardig voorbeeld. Hij vertelde voor de TV dat hij regelmatig een deel van zijn inkomen afstaat aan een boeddhistisch centrum waar hij vaak en graag komt. Als bekende Vlaming haalt hij daarmee het nieuws maar hij is maar een voorbeeld van talloze mensen die dit doen, ieder naar eigen kunnen en vermogen. Dat is prachtig.

Maar waarom moeten deze mensen daarnaast via hun belastingsbrief ook betalen voor de financiering van de andere levensbeschouwingen, ook die waar ze geen enkele band mee hebben?

Daarenboven zijn giften aan boeddhistische verenigingen in principe niet belastingsaftrekbaar. Erger nog, in het advies van de werkgroep die zich met deze materie bezighoudt wordt voorgesteld om giften aan erkende levensbeschouwingen in mindering te brengen op de overheidstoelage die ze ontvangen. Concreet zou dat betekenen dat het bedrag dat Jan Peumans met een groot hart wegschenkt niet zijn geliefd boeddhistisch centrum ten goede komt maar enkel de Belgische staat.

Is dat het systeem dat we willen?

Besluit

Het zou best kunnen dat ook voor het boeddhisme een erkenning op dit ogenblik het ergste is wat haar zou kunnen overkomen.

Het zou m.i. beter zijn als we hier nog behoorlijke wat tijd over heen laten gaan. Tijd voor de BUB om tot meer maturiteit te komen. En vooral tijd voor de wetgever om het huidige systeem te herdenken. Is het niet hoog tijd om ook de wetgeving over de levensbeschouwingen vanuit het Napoleontische tijdperk het democratische tijdperk binnen te loodsen? Zo kan de verantwoordelijkheid komen te liggen waar ze thuishoort: bij de burger. Het feit dat het boeddhisme in België ook zonder erkenning tot bloei is kunnen komen toont aan dat dit moet kunnen.



Bron: http://levenindemaalstroom.drupalgardens.com/blog/zou-een-erkenning-van-het-boeddhisme-wijsheid-zijn

Overigens: lees vooral ook zijn essays over de Avatamsaka

zondag 10 maart 2013

Waarom lezen boeddhisten eigenlijk, en waarom ik ?

Het uitkomen van het vroege Lentenummer van BoeddhaMagazine afgelopen week was aanleiding tot een discussie in LinkedIn over inhoud en vormgeving (electronisch of op papier) van een boeddhistisch tijdschrift.
Een interessante discussie die ik hieronder zal weergeven; maar eerst een vraag die daaraan vooraf moet gaan: Waarom leest een boeddhist eigenlijk ?

Mijn poging tot antwoord erop is een beetje als schrijver(tje) maar vooral als lezer.
Ondanks dat er veel-lezers en weinig-lezers zijn, spreek ik voor het gemak verder maar in de meervoudsvorm.
Lang niet alle boeddhisten lezen veel (over het boeddhisme), in Nederland. Sommige helemaal niet. En ik heb de indruk dat dat in Aziatische en in andere Westerse landen niet veel anders is.

Wel nemen we allemaal in orale vorm allerlei teksten tot ons.
Het boeddhisme was oorspronkelijk ook een orale traditie. En een kenmerk daarvan is de herhaling .
Dat roept een interessante eerste vraag op: lezen we het liefste dat wat we al weten of liever iets nieuws ? Ik denk dat de boeddhist (de mens als boeddhist) het liefst leest wat hij/zij al weet. Waarbij we wel diezelfde boodschap op licht gevarieerde vorm wil lezen of horen.
Steeds weer opnieuw kennelijk. Alleen daarmee wordt het begrijpelijk waarom nieuwe boeken van boeddhistische bestsellerschrijvers opnieuw gekocht worden hoewel ze vaak dezelfde boodschap en deels dezelfde teksten bevatten als eerder geschreven boeken.

In een poging precieser te zijn moeten we eerst kijken naar de functie van het lezen.
Ik heb er geen wetenschappelijke literatuur op nageslagen maar volgens mij kunnen er met teksten drie zaken worden overgedragen ; plus nog een functie:
(1) feitelijke informatie; van losse feiten tot in een theoretisch kader gebrachte gegevens
(2) meningen; van heel persoonlijke tot groepsideologieën
(3) gevoelens; van subjectieve uitingen via poëzie tot mantra's
(4) eigenbelang: bekendheid, geld etc.
Er zijn natuurlijk ook allerlei mengvormen en combinaties. 'De lezer proberen te overtuigen' bijvoorbeeld, met argumenten die van alles kunnen bevatten. Of 'verleiden'. Of 'intimideren'.

Dat is vanuit de schrijver dus. Vanuit de lezer is het wezenlijk niet anders. De lezer wil ontroerd, geïnformeerd of geamuseerd worden, lang bezig gehouden of juist snel up-to-date gebracht. En de lezer wil 'er bij horen', door gelezen te hebben wat anderen gelezen hebben.

Geldt dit ook boeddhistische teksten? Lijkt me wel.
Ik noem een paar mengvormen die ik kan bedenken als redenen tot lezen zijn, of tot aanhoren van lezingen of gechante teksten:

(a) Uitleg hoe een beoefening moet. Dat kan van alles zijn: hoe precies te zitten bij meditatie, een tekst om in te prenten, wat de volgorde is bij rituele handelingen, enzovoorts.

(b) Uiteenzetting van de boeddhistische leer, de Dhamma of Dharma. Veel boeken van 'bekende boeddhisten', met name van monniken, zijn eigenlijk door hen uitgesproken talks die door leerlingen zijn opgenomen en uitgewerkt.

(c) Chanten of reciteren van sutra's en andere klassieke teksten. Of het luisteren ernaar waarbij het 'van binnen' mee-resoneert. Desnoods het lezen ervan als tweede keus. Een functie die ik lang met m'n protestante en theravada-achtergrond over het hoofd heb gezien. Maar teksten als van Connie Franssen en van Menno Prins hebben me nog eens ingescherpt dat sutra's er niet alleen zijn om te lezen maar om te reciteren of chanten, dat ze ' de taal van het hart ' zijn.

Ik herken dat laatste wel en ervaar dat soms ook wel maar een sutra of (als ik het over Theravada heb) een sutta is voor mij toch primair een tekst die ik wil begrijpen.
En dat dualisme dat veel boeddhisten (juist zij die zeggen non-dualistisch te willen zijn) propageren tussen het hoofd en het hart (en daarbij dan 'het hart' prefereren) deugt volgens mij niet.
Een sutra of sutta wil ik met het hoofd èn met het hart begrijpen.
De Hart Sutra, om een uitgesproken Mahayana-tekst als voorbeeld te nemen kan men wel alleen als een soort muziekstuk over zich heen laten komen. Maar ik denk dat weten wat 'vorm' eigenlijk is in het vroege boeddhisme, en weten wie Sariputta was, geen kwaad kan.

===================================================================
UPDATE - Een apart type tekst en in zekere zin een aparte functie is de ervaringsbeschrijving , vaak over de meditatie: pieken en dalen. Opvallend genoeg bijna altijd teksten door vrouwen (jongere en oudere meisjes); of dat ook de lezers ervan geldt, weet ik niet. De functie ervan is misschien vooral herkenning en het zich vergelijken.
===================================================================

Samenvattend: de lezer wil met het lezen van boeddhistische teksten geïnformeerd worden en gesticht worden; om een ouderwetse term te gebruiken: meegevoerd worden.

Ondanks dat het een heel rijtje is geworden, komt het toch eigenlijk niet op zoveel leesstof neer. Alles bij elkaar kan het bij wijze van spreken in één boek opgenomen worden.
Hoewel velen zeggen dat lezen werk van het 'hoofd' (de hersenen) is en dat je als boeddhist niet 'zo in je hoofd moet zitten' , niet zo moet denken ook, valt het wat dat betreft wel mee.
Toch is er enorm veel tekst, waardevolle tekst dan (nog veel meer vullis maar daar gaat het vandaag even niet over).

Waarom dat dan lezen? Waarom al die boeken en tijdschriftartikelen en blogs ?
Ik denk vooral: herbevestigd willen worden en m'n tijd op een 'spirituele' wijze doorbrengen.
Maar ook om mezelf te toetsen ; uit nieuwsgierigheid over hoe andere vormen van boeddhisme en het beoefenen van boeddhisme er uit zien. En ook om daar polemisch mee om te gaan, te formuleren of ik het er mee eens of niet mee eens ben.

Laat ik dit alles proberen te toetsen aan de mooie serie blogs van Edel Maex, oorspronkelijk verschenen in Leven in de Maalstroom , later overgenomen door het BoeddhistischDagblad
Niet alleen mooie taal (in esthetische zin) maar ook met een meeslepende diepzinnigheid. En vooral ook: komend van een persoon, gedragen door iemand. Tegelijk zitten er veel zaken in die me tegen de haren instrijken. Ik heb op een aantal van deze essays van Edel gereageerd; en om het onbescheiden te zeggen: dat waren goeie reacties, zijn tekst riep het beste (het polemisch beste maar toch het beste) in me op.

Wat betekent deze beschouwing nu voor de discussie (op o.a.LinkedIn) naar aanleiding van het uitkomen van het vroege lentenummer van BoeddhaMagazine.
Naast het thema of BM zich niet te veel richting Happinez beweegt was er de vraag of het niet tijd wordt voor een digitaal tijdschrift.
Er was ook nog de vraag of dan de copy van het BoeddhistischDagblad de enige inhoud van zo'n tijdschrift moet vormen; over die vraag kan ik kort zijn: dat zou niet goed zijn.

Het is (volgens mij) voor boeddhisten die het lezen van boeddhistische teksten als onderdeel voor hun beoefening beschouwen (voor hun 'hoofd', voor hun 'hart' of voor beide) nuttig als zo'n tijdschrift er zou komen.
Of dat naast of in plaats van BM en BD moet, weet ik niet. Vanuit de optiek van de lezer doet dat er niet zo toe. Wat wel van belang is dat er een toets op kwaliteit komt voor een tekst wordt gepubliceerd; dat kan tot gevolg hebben: als er een bepaalde maand niets is om te publiceren, dan is er niets en wordt er geen bladvulling gezocht .
(Een praktisch probleem wordt dan wel wie er in de redactie moet, wie voldoet er aan de eis van onafhankelijkheid?)

Voor mij is dit electronische tijdschrift er eigenlijk al: op de website van de SIM, www.simsara.nl ; in het bijzonder het tijdschrift, hier aangegeven als 'Nieuwsbrief' .
Maar waar we naar op zoek zijn, is een nog in sterkere mate traditie-overstijgend tijdschrift.


Nog meer om te lezen .
Ik lees ook wel andere teksten dan 'boeddhistische' zoals hierboven bedoeld. Ook kranten, fictie- en non-fictie boeken, ter lering ontspanning en escapisme. Of gedichten, jaren niet en dan weer wel, Rainer Maria Rilke bijvoorbeeld is een van m'n favorieten, en Remco Campert.

Maar van de non-fictie teksten is er nog een speciaal type hier van belang: boeddhologische .
Dat is de wetenschap die het boeddhisme als verschijnsel bestudeert zoals de astrofysica het verschijnsel van sterren(stelsels) en melkweg(stelsels) en hun ontstaan bestudeert.
Om een voorbeeld te noemen: Nagarjuna . Men kan een uitspraak van Nagarjuna los van enige context herhaaldelijk 'citeren', zoals 'Samsara is Nirvana ' .
Het is echter ook mogelijk Nagarjuna en zijn werk in zijn tijd proberen te zien, en de verspreiding van zijn werk (soms Madhyamaka genoemd) over Azië naar bv Tibet en China te kennen.

Met dit type studies houd ik me ook graag bezig, zonder te verwachten (laat staan te verlangen) dat ook andere boeddhisten dat doen.
De centrale vraag daarbij, want anders zou het alleen maar een persoonlijke hobby zijn, is: heb ik aan die studie ook iets voor mijn boeddhistische beoefening, voor mijn pad?
Mijn antwoord: wel een beetje, af en toe. Ruim genoeg om ermee door te gaan.

De beste tekst daarover is van de Engelse (Triratna)boeddhist Jayarava die ook nog eens over zijn onderzoeksresultaten schrijft: Amateur Scholars: Pros and Cons

Ik citeer hier zijn conclusie. Het is in het Engels. Daarover nog een opmerking:
Wie over het boeddhisme wil lezen, als boeddhist, heeft aan het begrijpen van de Engelse taal nog meer dan aan een Aziatische. De hoeveelheid literatuur is wel het honderdvoudige dan die in het Nederlands. Met veel onzin uiteraard (budshit) maar ook veel van zeer hoog niveau.
Maar zolang lezen in het Nederlands me dichter bij kan brengen, moet die er toch ook maar blijven.

Conclusion
I love the way that the Internet has reopened the field to amateurs. But the Internet has produced very few scholars of note, and few commentators consistently worth reading—some exceptions that I enjoy can be found in the "Blogs I Read" section in the sidebar. The best Buddhist blogs are usually the popular comment blogs with no pretension to scholarship, or the scholarly blogs by academics (though again there are exceptions). The tensions that often exist between popular magazine writers, and popular blog writers are a feature of the landscape of popular Buddhism, but they don't usually impinge much on the realm of serious scholarship. Where popular and professional Buddhist writing and Buddhist scholarship do cross over the result is often mutual incomprehension.

We need to be aware of our limitations. Unfortunately amateurs, with no training and often no discipline, no access to the secondary literature, and no participation in critical dialogue, can be unaware of their limitations. But amateurs are also free from the constraints of earning a living from their writing, from the artificial conditions imposed on 'serious' writing, and from the paradigmatic thinking that makes new ideas hard to see in academia. As amateurs we do not have to find approval from our peers, and this can be both weakness and strength.

Scholars, whether amateur or professional, play an important role in the ecosystem of Buddhism. Scholars are part of the system of checks and balances that characterise a healthy society. Old ideas are conserved, and put into appropriate context and perspective. New ideas, emerging from experience, are assessed in the light of existing intellectual frameworks. Knowledge gradually accumulates. Scholars, whether directly or indirectly, are in dialogue with practitioners (and increasingly span both camps) and help to refine interpretations of experiences, and the language by which our ideas, images and practices are communicated. Without scholars our ecosystem would collapse. We need only look at the toxicity of the the anti-intellectual fundamentalist religious sects to see where a rejection of scholars and scholarship lands us. Of course scholarship should not blind us to the experiential nature of the Buddhist program. Ideas can get in the way of practice—too many of us are trying to prove a dogma instead of paying attention to what is happening—but a good scholar knows this limitation and works with it.



Tot zover Jayarava.
Als ik in een sentimentele bui zou zijn, zou ik zeggen dat hij tot m'n ' boeddhistische helden ' zou behoren met bv Batchelor en Buddhadasa; maar dat ben ik vandaag niet.
Toch is dat een boeiend fenomeen. Er zijn nu eenmaal schrijvers waarvan je alles wil lezen, waarbij je haast bij voorbaat weet dat ze je gaan inspireren. Dat is tegelijk een fijn èn een gevaarlijk gevoel, want dan is het moeilijk toe te geven dat het wel eens tegenvalt wat je 'held' heeft geschreven.
Dat hou je toch.
Het omgekeerde trouwens ook: dat iemand waarvan ik niet zo'n hoge dunk heb (ik ben nog niet ontwaakt) ineens iets schrijft dat me raakt.

Dus: blijf schrijven en blijf lezen.
En laat het los.

woensdag 13 februari 2013

Waarom een boeddhistische ambtsopleiding als een master voldoet ?

Afgelopen zaterdag 9 februari ’13 hield de faculteit Godgeleerdheid van de VU een voorlichtingsdag ten behoeve van de master ’ spiritual care ‘ (en andere master-opleidingen).
Deze master start september 2013. Zie hier .

“ De afstudeerrichting Spiritual Care richt zich op het beroep van geestelijk verzorger in zorginstellingen, justitie, krijgsmacht e.d.. De specialisatie heeft enerzijds aandacht voor zorg vanuit de specifieke religieuze tradities, maar richt zich anderzijds ook op de pluralistische context van het werkveld en de noodzaak om als geestelijk verzorgers vanuit verschillende tradities met elkaar te werken.
In de traditie van de Faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit worden studenten aangemoedigd geestelijke zorg vanuit hun eigen (geloofs)identiteit te beschouwen en te bestuderen. De opleiding bevat dan ook meerdere programma-onderdelen die ingevuld kunnen worden om je interreligieus en/of traditiespecifiek te scholen (islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch of christelijk), wel of niet gebonden aan een zendende instantie.
”

Is dit dan de langverwachte opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger, vereist door het ministerie van Veiligheid & Justitie waarvoor de erkenning van de BUN voor de poorten van de hel is weggesleept?
Een opleiding waarover ik herhaaldelijk heb geschreven het afgelopen jaar; zie mijn blogs uit 2012

Nou nee ! Want nogal sneaky is er op de pagina van de VU-website die ik net citeerde nog een link, naar wat heet ‘ Beroepsperspectief ’.

“Beroepsperspectief
In de afstudeerrichting Spiritual Care, van de masteropleiding Theology and Religious Studies, verwerf je basiskennis van en vaardigheden in de geestelijke zorg. De eisen aan geestelijk verzorgers zijn per werkgever en zendende instantie erg verschillend. Het hangt dus van andere instanties af of je direct aan de slag kunt als geestelijk verzorger.
Zending
Om aan de slag te kunnen in het veld van geestelijke verzorging heb je naast een academische opleiding, in de meeste gevallen, ook een zending nodig van een erkend levensbeschouwelijk genootschap. Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat je na deze master een aanvullende ambtsopleiding in de geestelijke zorg nodig hebt.
Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. Naar verwachting komt er ook een postdoctorale ambtsopleiding voor islamitische geestelijke verzorging.
”

Deze informatie zal de mogelijke master-student voor grote onzekerheid plaatsen.
Is het afronden van de éénjarige master nu wel of niet voldoende voor een baan als boeddhistisch geestelijk verzorger? In gezondheidszorg-instellingen , voeg ik daar aan toe want dat is een veel grotere markt dan die van Justitie waar bovendien de banen al vergeven zijn.
Mijn inschatting heb ik onlangs in een mail voorgelegd aan André van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie aan de VU, naar aanleiding van een aankondiging van hem dat er binnenkort een ‘document’ komt, dat de opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger meer in detail beschrijft, ook met betrekking tot de verhouding tussen het eerste masterjaar en het tweede jaar ambtsopleiding

Mijn reactie (met een paar technische verbeteringen) was:
... Maar goed; ik ben benieuwd naar het 'document' dat je aan het opstellen bent. Misschien wordt dat dan het stuk waarover een publiek debat in de boeddhistische gemeenschap mogelijk is; want dat heeft tot nu toe ontbroken. Over de inhoud en over bevoegdheden.
Ik vrees echter dat we het er niet over eens zullen worden over die bevoegdheden aangezien ik BUN en BZI volstrekt incompetent acht.
Bovendien: het model is wellicht te sterk op de eisen van het ministerie van Justitie gebaseerd, ik heb begrepen dat gezondheidszorginstellingen (bij elkaar toch een veel grotere werkgever dan Justitie) een zendingsbrief en dus een 'diploma' van een ambtsopleiding of een handtekening van een leraar nauwelijks nog van belang achten.
Het zou ook bizar zijn - zoals het nu al bij Justitie is - dat boeddhistisch geestelijk verzorgers verplicht ‘gebonden’ boeddhisten moeten zijn terwijl hun cliënten dat bijna in het geheel niet zijn. Positiever geformuleerd: vind jij dat er ook 'ongebonden', of beter 'ongeorganiseerde' boeddhisten geestelijk verzorgers moeten kunnen zijn? En dat het wellicht beter is dat er een andere instantie dan de huidige Stichting BZI moet komen?
Er staat dan wel op jullie pagina 'beroepsperspectief' : "Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken ", maar je weet toch ook wel dat behalve een stukje uit november 2011 er niets meer is dat boeddhistische studenten houvast zou kunnen bieden? ...
Kortom: misschien wordt jullie master spiritual care wel een professionele opleiding maar is die boeddhistische ambtsopleiding overbodig en ga ik er voor pleiten dat studenten die niet moeten gaan volgen.



Ook zonder een ambtsopleiding nà de éénjarige master is sprake van een beroepsopleiding tot geestelijk verzorger, de tekst van de betreffende pagina kan alleen op deze wijze worden geïnterpreteerd.
Maar dan is sprake van een master die niet wezenlijk anders is dan die van de Universiteiten van Groningen, Nijmegen en Utrecht, waarvan ik verleden jaar de programma’s heb bestudeerd. Zie hier .

Het ‘ stukje uit november 2011 ’ waar ik op doel is te vinden via de website van de BUN, pagina Actuele context waarbinnen BUN handelt in relatie tot overheid, BOS, BZI en de EBU; Laatst bijgewerkt 4 mei 2012
En wel het document de Update BZI .
Op de BUN-pagina staat ook het document Overeenkomst BZI met VU (31-03-12) wat op een aantal punten volgens mij strijdig is met de Update BZI uit november 2011, met name wat betreft de rol van de leraar.
Minstens is onduidelijk wie bevoegd is studenten tot de ambtsopleiding toe te laten.


Als het aangekondigde ‘Document’ daadwerkelijk gepubliceerd is op de VU-website, komt ik daar ongetwijfeld op terug.
Misschien vergis ik me en wordt het programma van de ambtsopleiding wel nuttig en nodig en komen eindelijk specifiek boeddhistische-professionele vaardigheden aan bod, zoals aan de orde komend in het ‘Handboek Boeddhistisch Geestelijke Verzorging ‘.
Veel hoop heb ik er niet op, want wie in Nederland is eigenlijk deskundig op dit terrein? En de weinigen die dat zijn (zoals bv. Christa Anbeek), zullen zich niet met de VU-opleiding gaan bemoeien.

Ook ten behoeve van het door van der Braak op te stellen document heb ik nog een suggestie:
Naast of in plaats van de door Justitie-denken en de gevestigde sangha’s gedomineerde BZI komt er een andere zendende instantie waarbij afgestudeerde (op master-niveau) boeddhistisch geestelijk verzorgers zich kunnen aansluiten. Als werktitel stel ik voor: Boeddhistisch Geestelijk Verzorgers Genootschap (BGVG) .
Dit ‘Genootschap’ stelt kwaliteitseisen aan haar leden en zal daardoor voor werkgevers (bv in de gezondheidszorg) als betrouwbare zendende instantie dienen.


O ja, studenten kunnen ook nog een andere master bij ‘Godgeleerdheid’ volgen: Leadership .
“ ... Religion and the traditions of theology and spirituality provide us with a valuable tradition of wisdom that can be used to guide and inform the processes of change that are underway in a range of social and religious organizations. The Leadership specialization focuses on leadership issues in societal organizations and on leaders of religious or religiously inspired organizations who wish to deepen their insight into the academic theory behind leadership."

‘Boeddhistisch leider ' is bij voorbaat een lacherje, het is een generaal zonder leger.
Leider waarvan? De sangha’s hebben hun leraren die op eigen wijze naar voren komen. En algemene boeddhistisch organisaties staan op het punt om te vallen of zijn overbodig.
Maar er is meer aan de hand: de VU ziet het als haar taak, religieuze leiders op te leiden, zoals ze in het verleden politieke leiders heeft opgeleid (Balkenende, Wouter Bos bv).
Ook boeddhistische leiders, er zijn er wel uitspraken van mensen bij de VU in die richting gedaan. Ze (de VU) vinden het boeddhisme in Nederland maar een rommetje en zetten zich in om die te institutionaliseren. Door de ambtsopleiding maar ook door deze master religious leadership.
Ook hiervan vind ik: dat is nergens voor nodig, ik geef aan anarchistisch boeddhisme de voorkeur.



Bijlage
Informatie over de master geestelijke verzorging bij andere universiteiten


De master in Utrecht

In Nijmegen

In Groningen

Humanistiek (Utrecht, driejarig)


donderdag 17 januari 2013

Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch !

Deze titel is een vrije vertaling van een recent artikel van Glenn Wallis
' Come On, X-Buddhists, Pump Up the Polemos! '. Zie hier .
‘Polemos’ was in de griekse mythologie de daemon of god van de (burger)strijd; het mag ook als ‘confrontatie’ worden vertaald.
Wallis roept de X-Boeddhisten, (‘ Brave Boeddhisten ’ noem ik ze, vrij in het Nederlands vertaald) en bijna alle Westerse boeddhisten vallen eronder, op om eens wat polemischer te zijn.
Er zijn mensen in boeddhistich Nederland die vinden dat sommigen (met name ‘ongebondenen’) zich onheus uitlaten over andere boeddhisten, op de man spelen en zich daarmee onboeddhistisch (want onzuiver sprekend ) gedragen.
Deze mensen moeten eens wat van Glenn Wallis lezen, een amerikaans boeddholoog en zeer critisch boeddhist. Zie zijn websites www.nonplusx.com en speculativenonbuddhism.com

Een aantal passages uit dit tot polemiek oproepende artikel van Wallis :
...

"Is there any such thing as x-buddhistic polemics ? Or are x-buddhists too busy primming themselves with right speech, loving kindness, and equanimity to consider such nastiness? I can imagine my x-buddhist friends asking how I can even suggest that the perpetually-grinning paragons of compassion that are their beloved teachers would even want to engage in something as ‘un-buddhist’ as polemics.
Come to think of it, I have to ask them a question right back: Is it conceivable that your myriad x-buddhist values (compassion, right speech, renunciation, loving-kindness, forbearance, right thought, etc., etc., etc.) are precisely a passive form of polemics ? ...

A speculative non-buddhist thesis holds that x-buddhism is incapable of the self-critique that might permit what Benjamin refers to as a “genuine polemics” (more on this below). One reason for x-buddhism’s failure in this regard is the centripetal force that dharmic decision exerts on the thinking and behavior of all x-buddhists. To be an x-buddhists is to be reflexively beholden, affectively and cognitively, to the force of dharmic postulation. The x-buddhist is x-buddhist precisely insofar as s/he seeks—indeed, is impelled toward—the pure point of dharmic verity.

Decisional reflexivity explains why intra-buddhist discussions and debates are so vapid. It also explains why x-buddhist blogs, magazines, dharma talks, podcasts, websites, Facebook pages, about.com sermons, and all the rest are predictable to the point of brain-corroding monotony: all of them, no matter what their particular x represents, simply spin around and around, shoulder to shoulder, on the same reeling pulpit. For decision, as the speculative non-buddhist thesis goes, is a fecund supposition of uncircumventable validity that manifests as infinite iterations of ‘x-buddhism.’

This state of affairs can explain in one swoop both the insipid nature of intra- x-buddhist dialogue and the non-existence of robust contemporary Buddhist-Non- Buddhist (Christian, etc.) polemics.
...
... a question: Why do x-buddhists behave like such disingenuous duckies when debating their views? “


Nederlandse boeddhisten die niet van polemisch boeddhisme houden, doen dat mogelijk vanuit twee argumenten:
(1) Het is ‘onzuiver spreken’ en dus strijdig met het Edele Achtvoudige Pad
De derde pad-factor is ’ juist spreken ' ; met als subthema’s:
1. Onthouding van het vertellen van leugens
2. Onthouding van het spreken van lasterende taal
3. Onthouding van het spreken van harde woorden
4. Onthouding van onzinnig gepraat
Voorzover het de bezwaarmakers om het tweede subthema (lasterende taal) gaat, hebben ze een punt; mijn opvatting is: niet op de man spelen
Voorzover ze het echter hebben over het derde subthema (harde woorden) hebben ze in mijn opvatting ongelijk : het gaat bij de critici niet om stevige taal als doel op zich maar om de Dharma; vaak: terwille van de toekomstige ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland die we niet in de uitverkoop willen zetten.

(2) Het is onaangenaam om te horen, boeddhisten zijn toch van ‘liefdevolle vriendelijkheid’, dus aardig zijn tegen elkaar. (Om het maar niet over het modieuze ‘respect’ te hebben). Mijn reactie daarop: O ja? Waarom? De Boeddha was (in de Pali Canon en m.i. ook in heel wat Mahayana Sutra’s) bepaald niet soft tegen degenen die zaken beweerden in strijd met de Dhamma/Dharma.

Merkwaardig is daarentegen dat aan onzinnig gepraat (ook wel genoemd ‘gebabbel’), nauwelijks erg wordt gevonden door vertegenwoordigers van het georganiseerde boeddhisme.

De voordelen van ‘polemisch boeddhisme’ zijn er duidelijk ook: ze scherpen de geest, maken duidelijk wat de waarde van de Dharma nu eigenlijk is, voor zowel schrijver als lezer/toehoorder.
En het vermindert het oubollige karakter wat het boeddhisme de laatste jaren in Nederland toch wel heeft gekregen. In het verlengde daarvan: in onze (Westerse) cultuur vinden allerlei veranderingen plaats, de vorm die de Dharma daarin krijgt moet ook veranderen; niet omdat veranderen op zich zo positief is maar omdat de context van de Dharma, van het reeel bestaande boeddhisme verandert. De verandering kan alleen in discussie plaatsvinden.


Dus: Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch !

vrijdag 11 januari 2013

Weer een paar van mijn reacties gestuurd naar het ‘BoeddhistischDagblad’ de afgelopen maand

In de thread doorstart-discussie-over-boeddhisme-en-commercie schreef de redactie van het BD:
“ Naar aanleiding van onze berichtgeving over het faillissement en de doorstart van de Rotterdamse uitgeverij Asoka (tegenwoordig Milinda Uitgevers) is in het Boeddhistisch Dagblad onder lezers een discussie ontstaan over de al of niet gewenste relatie tussen boeddhisme en commercie. Is het een illusie dat het boeddhisme geïsoleerd beoefend kan worden van de markteconomie waarin wij leven? ”

Kees Klomp: “ Op de een of andere wijze geven veel boeddhisten blijk van een volstrekt apathische relatie met commercie. Het is wat mij betreft een aperte illusie is om te denken dat boeddhisme geïsoleerd beoefend kan worden van de markteconomie waarin we leven. Productie, consumptie en transactie zijn onlosmakelijke onderdelen van de maatschappij waarin we leven. Ook voor boeddhisten. Ook bij boeddhistische producten. ”

Op 17 december schreef ik:
“ Goed initiatief. Eerst een misverstand over : ‘ Mag een uitgeverij geld verdienen aan het maken van boeddhistische boeken? ´
Mijn mening, op basis van wat ik waarneem in Nederland maar ook wel verder in het Westen: met het boeddhisme is geen droog brood te verdienen, zelfs met Dharma-light is het geen vetpot.
Natuurlijk, iedereen probeert – soms met moeite – financieel het hoofd boven water te houden, ook idealistische ZZP-ers.
Daarom probeer ik wel een onderscheid te maken tussen enerzijds bedrijven en bedrijfjes die puur het boeddhisme gebruiken in hun marketing omdat ‘Buddhisms sells’ net zo als (bij autoverkopers bv) ‘sex sells’; en anderzijds integere initiatieven zoals dat van Bernie Glassman.
De testvraag is: wie laat het boeddhisme vallen en wie blijft het trouw, als het niet populair meer is ?
Wat mij in m’n becritiseren van de combinatie boeddhisme-commercie motiveert is dat ik graag heb dat het boeddhisme (de Dharma/Dhamma) in Nederland langer meegaat dan een paar decennia. Dat het ook als het niet meer in de mode is (want deels is het boeddhisme in Nederland een hype) toch op authentieke manier beoefend kan worden, los van de populaire beelden die de mensen ervan in hun hoofd gekregen hebben.
Aansluitend bij de vraag van Rob: de focus van Kees is impliciet – in ieder geval wil ik het zo zien – vervat in de talk van Tami Simon, Selling the Dharma .
Ze vraag zich af of het (tersluiks) vragen om dana door een leraar niet onwaardiger is dan het openlijk een tarief daar op stellen? En of leraren e.d. niet kunnen leren van effiënte commerciële organisaties wat dat betreft.
(Dat is dus een andere vraag en een andere focus dan de vraag of je geld mag verdienen aan het boeddhisme, ook als je er zelf niets mee hebt; mijn antwoord op die vraag: liever niet)
Mijn antwoord op die vraag van Tami (en van Kees, neem ik aan), is: prima dat men zich niet anders voordoet als men is, wie geld nodig heeft mag om geld vragen (leken dan hè, monniken niet) en zich niet als een liefdadige instelling voordoen. En wie winst aan een goed doel geeft, heeft ook mijn zegen.
Het probleem met haar betoog is echter: zij heeft het over en identificeert zich met degenen die geld (willen) krijgen met het geven van de Dharma. Ik identificeer me echter liever met de gever van dana wat vanuit de gever gezien – idealiter – niet als ruilmiddel wordt gegeven maar als oefening in ruimhartigheid, in wat minder gehecht raken aan bezit.
Paradoxale oplossing voor dit probleem: dana kan men het beste geven aan degene die al rijk is, die het niet nodig heeft (weggooien mag dus ook); en leraren en arme boekverkopers betalen we gewoon.
Verder denk ik dat het begrip ‘karma’ beter niet gebruikt kan worden in dit type discussies.



Op 15 december nam het BD met m’n toestemming m’n blog ‘ De kracht van het negatief denken ´ over.
Naar aanleiding van de eerste reacties schreef ik:
“ Gelukkig heb ik niet alleen complimenten gekregen. ...
Alluman: wellicht heb ik inderdaad ‘positief denken’ uit de populaire zelfhulp en ‘positieve psychologie’ wat makkelijk vereenzelvigd. Toch is de ‘positieve psychologie’ niet een echte wetenschap, maar nogal ideologisch geladen (ter vergelijking: geen natuurkundige haalt het in z’n hoofd over een ‘positieve natuurkunde’ te gaan spreken).
Een stukje van de site van de Maastricht University:

Well-being and happiness
Positive psychology was introduced over a decade ago by UPenn professor Dr. Martin Seligman and can be viewed as a supplementary approach to clinical psychology. The positive psychological movement formulated three aims: (1) to focus on well-being and happiness instead of abnormal behaviour and psychopathology, (2) to be concerned with building positive qualities and strengths instead of repairing damage and (3) to prevent future problems instead of correcting past and present problems.

Daar zit toch ook wel een stukje ‘positief denken’ in, vind ik. Zie ook het uitgebreide Wikipedia-lemma over ‘positive psychology’. “



Naar aanleiding van een stevige en onderbouwde reactie door Koert Boese:
“ Het is (in Nederland) ongebruikelijk ook maar iets van kritiek te hebben op internationale boeddhistische iconen waarin Westerlingen allerlei moois projecteren. Ik had ook Rients Ritskes van Zen.Nl als voorbeeld van boeddhistische positivo kunnen noemen, maar dat is te makkelijk.
‘Respectloos’, zeg je, Koert. Ik vind dat ‘respect’ – net als ‘geluk’ – een woord is dat te veel gebruikt wordt en dat we zulke woorden beter niet meer kunnen gebruiken.
Zeker hebben Thich Nhat Hanh en de huidige Dalai Lama een levensgeschiedenis met tragiek. Maar wat mij opvalt is dat zij de laatste jaren steeds meer een niet-tragische boodschap brengen, een aangename boodschap die hun Westerse volgelingen graag horen. Opvallend is bv dat TNH is een aantal teksten (vgl The Heart Buddhas Teaching) als ‘drie zegels’ niet-zelf, onbestendigheid en nirvana noemt. Dukkha (lijden) dus niet, dat verdonkeremaant hij een beetje.
En ook de Dalai Lama zegt tegen zijn westerse volgelingen andere, meer aangename dingen, dan hij (vermoed ik) tegen zijn Tibetaanse volgelingen zegt.
Zeker biedt met name Vierde Edele Waarheid de mogelijkheid van het beeindigen van lijden, en dat ‘niet makkelijk’ te noemen is nogal een understatement.
Het boeddhisme biedt geruststelling, zeker, maar toch ook en vooral ongemak en verontrusting . Aspecten die tegenwoordig nogal onderbelicht zijn en ik weer eens wilde noemen.
En tenslotte: dit was niet het perfecte essay over boeddhisme en positief denken en positieve psychologie maar slechts een klein tegenwicht tegen al die vele adorerende positief boeddhistische teksten; een soort kerstboodschap dus.
“

N.a.v. een andere reactie:
“ Nog een leerzame thread over TNH en dukkha:
www.buddhismwithoutboundaries.com/showthread.php?2239-Three-Marks-of-Existence .
Overigens ben ik een vrolijk mens, mijn motto is: wees blij dat het leven geen zin heeft.
“

Nog een reactie van Koert daarop:
` U schrijft in uw reactie dat u ook over Rients Ritskes had kunnen schrijven, maar: ‘dat is te makkelijk.’ Waarom is dat te makkelijk?
Wat ik grappig vind, is dat de benadering die Ritskes in zijn boeken (bijvoorbeeld ‘Zen en keuzes maken’) naadloos aansluit op wat u aan de hand van de auteurs Held en Woolfolk bepleit. Namelijk (in mijn eigen woorden): niet een ‘positief-denken-paradigma’, maar dat inzicht in onze negatieve kanten belangrijk én verrijkend is. Dat het kunnen begrijpen en accepteren daarvan een bevrijding is – en misschien wel de basis voor werkelijk ‘geluk’.
Nogmaals, u mag best kritiek hebben op Ritskes, sterker nog: ik juich een goede, kritische beschouwing toe. Maar dan wel op basis van zijn boeken en niet met een aantal selectieve quotes die her en der op het internet te vinden zijn, zoals nu vaak het geval is. (Daarmee bedoel ik voor alle duidelijkheid niet u).
U noemt zichzelf ‘een denker’. Mag ik u erop wijzen dat dit – i.i.g. in de zenboeddhistische traditie – niet bepaald een compliment is? Denken – zowel negatief als positief – is het belangrijkste obstakel op weg naar ‘verlichting’. Een hoop gedoe over met welke vinger je het beste naar de maan kan wijzen, waarbij de maan zelf over het hoofd wordt gezien. Of dat we de maan niet zien, juist omdat we er onze eigen vingers ervoor houden. ´


Mijn antwoord:
´Koert, dank voor je intelligente en critische reactie
Voor de duidelijkheid: dit kleine essay stond in mijn eigen blog en is door de redactie van het BoeddhistischDagblad (met mijn toestemming) overgenomen. En in mijn blog (joopromeijn.blogspot.nl) schrijf ik meestal tamelijk raillerend.
Maar wellicht is mijn opmerking op de Dalai Lama wat al te gemakzuchtig geweest; mijn kritiek geldt eigenlijk niet de Dalai Lama maar westerlingen die lieve onschuldige opvattingen in hem projecteren.
En dan Rients Ritskes, ik schreef: ‘te makkelijk’ omdat hij vergeleken met internationale iconen een kleintje is en er al meermalen (ook door mij op m’n blog) kritiek op hem geuit is.
En Ritskes geen positivo? Ik vind boektitels als ‘Leer denken wat je wilt denken’ en ‘Leer voelen wat je wilt voelen’ juist gave voorbeelden van positivo-speak.
Uit m’n blog zou je kunnen zien dat ik bepaald geen Zennie of Zen-boeddhist ben; en ‘denken’ is juist wat de mens uniek maakt en onderscheidt van een dier.
Wist je trouwens dat de plateet Jupiter meer dan 60 manen heeft; hoeveel vingers moeten Jupiterianen dan wel niet hebben?
´


Dan een van m’n geliefde onderwerpen: de toekomst van de BOS .
Naar aanleiding van alweer zon positief interview (van beide kanten) van Joop Hoek met Gertjan Mulder

Mijn reactie was (ik schrijf het er maar bij) wat ironisch:
Sommigen zullen het wellicht een vlucht naar voren vinden, maar ik vind het prachtig nieuws dat de BOS aan het nadenken is over boeddhistische themakanalen en verder gebruik van internet; ’ … op een geambieerd kwaliteitsniveau ’ wordt er bij gezegd, en ik neem aan ook op een geambieerd dharmisch niveau.
Wat betreft tekst zou de BOS kunnen gaan samenwerken met blogs zoals ‘BoeddhistischDagblad’, ‘OpenBoeddhisme’ en mijn ‘BoeddhismeBlog’ en anderen. Misschien ook met het toekomstige ‘BoeddhaMagazine’ want er moet toch ook tekst (met plaatjes voor wie daarvan houdt) komen die wat langer meegaat dan ‘morgen wordt de vis er in verpakt’?
Kortom: een Binair Boeddhisme Blad .
Wat betreft audio kan wellicht een voorbeeld worden genomen aan podcasts zoals die van de ‘Secular Buddhists Association’ en de ‘Buddhist Geeks’, gekoppeld aan websites.
O ja, de hoorzitting van afgelopen donderdag bij het Commissariaat voor de Media moet een fluitje van een cent geweest zijn voor de BOS. En voor de BUN want die heeft toch de boete gekregen al hebben ze niets gedaan?
Ik heb zo het gevoel dat Gertjan Mulder het georganiseerde boeddhisme niet echt gaat verlaten na 31 december en we dus geen afscheid van hem hoeven te nemen. Maar voor de zekerheid toch maar: het ga je goed. En Laetitia en de mensen van de BOS-Radio wil ik sterkte toewensen voor de komende jaren.



Een ander favoriet thema: discussiëren met Zen-boeddhisten waarbij ik me graag licht spottend uitlaat.
Dick Verstegen had een blogtekst over de bodhisattva-gelofte

Daaruit het volgende citaat:
"... een vaak aangehaalde tekst van de onvergelijkelijke Dogen Kigen(1200-1253) gaat daar over: ‘De boeddhaweg gaan is jezelf bestuderen. Jezelf bestuderen is jezelf vergeten. Jezelf vergeten is verlicht worden door al het bestaande. Als je verlicht wordt door al het bestaande vallen lichaam en geest weg, van jezelf en van anderen. Er blijft geen spoor van verlichting over en deze spoorloze verlichting zet zich eindeloos voort.’
Zie je: bewustwording door het zien wat er gaande is, gaat gepaard met het loslaten van een idee van zelf. Je realiseert: alles wat bestaat is bevrijding. Onderscheid tussen jou en wat ook in dit universum is verdwenen. Net als die verlichting of bevrijding, die grenzeloos is en alles omvat. Wat een feest, wat een lichtfeest.
Dan zou de vertaling van de bodhisattvagelofte als volgt kunnen luiden:
Alles bevrijden is mij laten bevrijden.
Daartoe wil ik gehechtheid loslaten.
Wat mij de weg wijst zal ik volgen.
Hoe lang de weg is maakt niet uit.
"

Dit gaf mij aanleiding tot de volgende reactie:
De bodhisattva-belofte(n) hebben me als niet-mahayana-boeddhist vaak beziggehouden. Ze doen me denken aan een dichtregel van Marsman die ik als adolescent graag sprak: 'groots en meeslepend wil ik leven … '.
Nu ben ik zo ambitieus niet meer, heb ook geen arhat-gelofte en wil slechts losjes verbonden zijn met het universum.
Verder denk ik dat het voor iemand met katholieke wortels makkelijker is deze belofte te reciteren dan voor iemand met protestante wortels, de laatste denk al snel: kan ik dat echt wel uitvoeren, en wil ik het wel echt? Vooral dat alle poorten binnen willen gaan , daar komt het vaak niet van.
Maar via een irrationele transformatieregel van Dogen (‘irrationeel’ is voor mij geen negatief oordeel, slechts feitelijk bedoeld) maakt Dick er een gans andere gelofte van die me wel weer aanspreekt.
Alleen die derde regel weer, ik weet niet of ik dat wel ga doen, daarom wordt het voor mij:
Alles bevrijden is mij laten bevrijden.
Daartoe wil ik gehechtheid loslaten.
Er is geen weg dus er is niets te volgen
Hoe lang het duurt maakt mij niet uit .
"

Dick reageert met onder andere het statement: ´ De bodhisattvagelofte drukt overigens m.i. geen ambitie uit, maar iets feitelijks. ´
Mijn antwoord: ´ Maar dat de bodhisattvagelofte geen ambitie zou inhouden, dat begrijp ik niet. Het gaat toch om de wens, de intentie bodhisattva te worden? En men kan alleen iets willen worden wat men nog niet is. Het is anders voor mij net zo iets ongeremds als met ‘BoeddhaNatuur’: iedereen heeft de mogelijkheid Boeddha te worden en is dan ineens ook al Boeddha. Ik geef de voorkeur aan een meer bescheiden benadering. ´

Later, na een interventie van Edel M - die o.a. stelt dat ik de tekst van de bodhisattva-gelofte niet zo maar kan aanpassen - vervolg ik met:
´ Eerst even terug naar de leer. Ik heb steeds begrepen dat het Mahayana-boeddhisme er de voorkeur aan geeft te streven naar het bodhisattva worden omdat men het arhat-ideaal (dat de monniken probeerden te bereiken) van Theravada aka ‘Hinayana’ egocentrisch vond.
Van de bodhisattva-vow zijn vele varianten bekend, ook degene die Dick citeerde, men paste voortdurend aan (liever gezegd: men varieerde, als upaya).
De oudste versie (zover ik weet hoor) vond ik op wikipedia:
“A Bodhisattva vow is found at the end of the Avatamsaka Sutra by Samantabhadra. In Guide to the Bodhisattva’s Way of Life, Shantideva explains that the Bodhisattva vow is taken with the following famous two verses from Sutra:
‘ Just as all the previous Sugatas, the Buddhas
Generated the mind of enlightenment
And accomplished all the stages
Of the Bodhisattva training,
So will I too, for the sake of all beings,
Generate the mind of enlightenment
And accomplish all the stages
Of the Bodhisattva training.’ ”
En wie de bodhisattva-training heeft voltooid (duurt vele levens volgens de leer) wordt bodhisattva. En dan kan het redden van alle levende wezens pas goed beginnen; terwijl een arhat (nog steeds volgens de leer) er dan mee stopt. ´


Edel benadrukt vervolgens ´ Het is niet de bedoeling een bodhisattva te worden, je bent het al. Je kunt die potentie in jezelf afwijzen of cultiveren. Je ten dienste stellen van het welzijn van alle levende wezens is dan het meest natuurlijke wat er is. En dit pad is eindeloos.

Ik echter ´ Edel, ik denk te begrijpen waarom jij het zo begrepen hebt.
In het vroege Mahayana (kort na het begin van onze jaartelling) was bodhisattva worden iets waarna gestreefd kan worden, wat men dus nog niet was. De Ugra-Sutra waar Jan Nattier zo mooi over geschreven heeft (‘A few good men’) is daar een voorbeeld van.
Later, met name een paar eeuwen later, in China werd de gedachte populair dat men ‘ eigenlijk ‘ altijd al bodhisattva was en is.
Dit spanningsveld wordt ook in je laatste allinea duidelijk, je zegt eerst ‘ je bent het al ‘ (nl bodhisattva); en meteen daarna dat het een potentie is.
In mijn simpele (vrijzinnig)Theravada-denken moet de mens wel enige moeite doen om zijn of haar potenties te verwerkelijken; ik kan bv in potentie de 100 meter binnen 10 seconden lopen maar om de een of andere reden is dat er nog niet van gekomen.
Ook verder zijn mijn ambities beperkt, d.w.z. bescheiden: ik ga echt niet proberen ‘ alle levende wezens te bevrijden ‘, als het bij een paar zou lukken, zou dat al mooi zijn.


Het gesprek ging nog verder maar werd mij te praktisch.


zondag 23 december 2012

De laatste BoeddhaMagazine? Of alleen de laatste bestemd voor boeddhisten. En de laatste van Dorine

Toch maar de Boeddhamagazine gekocht, het winternummer van 2012.
Een collectors item, omdat het de laatste is waarin Dorine Esser als hoofdredacteur genoemd wordt, al is de laatste hand duidelijk niet door haar gelegd (de corrector had bv wat zorgvuldiger moeten zijn). Ze heeft een moedig ‘hoofdredactioneel’ geschreven, waarin ze haar boosheid over haar ontslag er buiten weet te houden en het vooral heeft over het thema van dit nummer: ontwaken .

Ik heb geluk: het is een rijk nummer. Als altijd is er een deel dat mij aanspreekt en een deel niet, het aansprekende deel is verrassend hoog, hoger dan het soms is geweest, daarom dat ik al een tijd geleden mijn abonnement had vervangen door af en toe een los nummer kopen.
Het is onmogelijk om de 64 pagina van dit nummer (ik denk dat ze dunner gaan worden) samen te vatten. Slechts een paar artikelen wil ik aanstippen.
- De favoriete soetra van Frank Uyttebroek. En die is: ’De gelijkenis van de zaag’ (Zie de vertaling van Toegangtotinzicht )
- Portretten van duizenden tulku’s
- Twaalf tips voor meditatietrouw
- Interviews met Maurice Knegtel en Ola Ostaszewska over ‘ontwaken’
- Monnik worden in deze tijd
- Gil Fronsdal (een van mijn favorieten) over wat de ontwaakte staat zou kunnen zijn
- Een interview met Sharon Salzberg
- En een artikel (het laatste, ook van hem) van Dingeman Boot over 'gelijkmoedigheid'
- ...En nog veel meer

Maar is het wel het laatste nummer?
Op de laatste pagina staat (helaas zonder auteursnaam, waarschijnlijk Nina Nannini) dat er volgend jaar vijf nummers komen. Bestemd voor 'een breed publiek ... als bron van inspiratie voor de moderne westerse mens: het besteed aandacht aan compassie, creativiteit, duurzaamheid, lichamelijke en geestelijke gezondheid, meditatie en persoonlijke groei.' Niet allemaal echt boeddhistische thema’s, vind ik, vooral dat ‘persoonlijke groei’ hoort eerder bij de zelfhulp-industrie.

Het zou wel eens kunnen dat dit het laatste nummer was waarvan ik tot de doelgroep van lezers behoorde. Daarover klaag ik niet hoor, ik kan genoeg teksten lezen. En bovendien zijn er in het Nederlandse taalgebied niet zoveel mensen die graag moeilijke Dharma-teksten met wat boeddhologie lezen, waarin het lijden (dukkha) niet verdonkeremaand wordt en waarin niet altijd vriendelijk en positief over alles en iedereen geschreven wordt.

Een ander blad is om financiële redenen mogelijk nodig; of de naam BoeddhaMagazine de lading blijft dekken, betwijfel ik, maar niets in permanent.
Die verandering is ook het thema van een boeiend artikel van Rob van Vuure, bekend als ‘De Bladendokter’, in de Volkskrant van 18 december. Hij constateert '... dat spirituele en religieuze tijdschriften het goed doen. Hoe voorkom je dat het saai wordt? '
Zijn advies aan de redacties van dit soort tijdschriften: ' hou de juiste doelgroep voor ogen. Als je een religieblad maakt, een bezinningsblad, maak het dan niet voor de gelovige incrowd, niet voor je eigen parochie maar voor de geïnteresseerde leek. Die doelgroep groeit. ... 80% van de nieuwe spirituelen is vrouw. ... Ze geeft de bladenmakerstip voor elk bezinningsblad. Wordt vrouwenblad ! '
Kortom: daar hoor ik niet bij.

Dorine eindigt haar intro met:
'Beste lezer, helaas scheiden hier onze wegen, het was een ware eer om vijf jaar lang uw BoeddhaMagazine-hoofdredacteur te mogen zijn. Anderen nemen het van mij over.

Mogen jullie allen gelukkig zijn in het komende jaar en alle jaren die volgen.
'

Dat wens ik haar ook toe

dinsdag 11 december 2012

Justitie overruled advies KASKI en erkent BUN toch definitief

Justitie heeft de BUN definitief erkend als zendende instantie en maandagavond (10 december) hebben staatssecretaris Teeven en de BUN-voorzitter de erkenningsovereenkomst getekend.
Dit meldt het BoeddhistischDagblad.

De BUN moet daarmee gefeliciteerd worden, en de DGV van het Departement van Veiligheid en Justitie, die hebben hun zin gekregen.

Het BoeddhistischDagblad citeert ook een persbericht van het Departement van Veiligheid en Justitie waarin gemeld werd “... Door de succesvolle evaluatie is de BUN nu permanent erkend ... ”

Een onbegrijpelijke constatering omdat de evaluatie maar deels succesvol was. En omdat het KASKI iets anders heeft geadviseerd dan nu is gebeurd.
Het Kaski adviseerde verlenging van de tijdelijke erkenningsovereenkomst .
Nu is ook duidelijk waarom er (kennelijk) geen mensen van het Kaski bij de ondertekening aanwezig waren: ze zijn overruled. Mijn vermoeden is dat het Kaski nadat ze hun rapport eind deze zomer bij Justitie hadden ingediend, onder druk zijn gezet om alsnog met een positief advies te komen en dat het daardoor allemaal zo lang heeft geduurd. Want de evaluatie was in feite helemaal niet gecompliceerder dan die van de HindoeRaad, en die was al aan het begin van de zomer gereed.

In het heden verschenen rapport ( zie hier ) van het Kaski staat, met door mij vet gemaakte passages:

“ De BUN heeft in haar achterban slechts een minderheid van de boeddhisten in Nederland verenigd, al is het aantal leden in de afgelopen periode iets gestegen. Westerse boeddhisten die participeren in sangha’s zijn voor ongeveer de helft vertegenwoordigd; individuele boeddhisten ontbreken echter, en dit geldt ook nagenoeg geheel en al voor de etnische boeddhisten. Ondanks de diversiteit en lage organisatiegraad van het boeddhisme in Nederland achten wij een bredere vertegenwoordiging zeker haalbaar.
Wat betreft de stromingen binnen het boeddhisme is de achterban van de BUN redelijk conform de verdeling in het veld. Onze conclusie is dat de BUN op dit moment nog onvoldoende de diverse groeperingen binnen het boeddhisme in Nederland vertegenwoordigt.
” (pagina 6)
...
“Op basis van ons onderzoek doen wij additioneel nog de aanbeveling om de ledenwerving onder locale sangha’s en etnische boeddhisten te intensiveren.
Onze conclusie is dat het functioneren van de BUN als zendende instantie bij DGV over de periode 2009 tot medio 2012 op drie van de vier genoemde criteria voldoende is geweest, maar niet wat betreft het criterium representativiteit. Wel zijn er binnen de BUN duidelijk aanzetten tot verbeteringen in dit opzicht. Daarbij komt het gegeven dat er zich geen andere vertegenwoordiging van het boeddhisme in Nederland aandient. In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit kunnen worden verbeterd.
” (pagina 8)


Bronnen:

http://boeddhistischdagblad.nl/bun-bestuur-tekent-overeenkomst-met-staatssecretaris-teeven/

http://boeddhistischdagblad.nl/justitie-erkent-bun-als-zendende-instantie/

en

http://openboeddhisme.nl/?p=6212openboeddhisme.nl/?p=6212


maandag 10 december 2012

Wat kommentaren en reacties van mij in het BoeddhistischDagblad de laatste tijd

De laatste maand ben ik weer actief geweest in de reactie-modus op artikelen in het BoeddhistischDagblad.
Sommige reacties zijn al weer door de tijd achterhaald of waren al te impulsief; maar een paar wil ik toch wel bewaren.

Vaak gaan ze over boeddhisme en commercie/popularisering. Een citaat uit één ervan kan ik eigenlijk wel als m´n credo beschouwen:
Als reactie op de mening: ´ ... vraag ik me af of een bedrijf als Asoka uit de buurt moet blijven van Happinez-achtige uitingen. Een uitgave die ‘iets minder boeddhistisch’ is, kan toch bij iemand een zaadje water geven dat hem of haar dichter bij mildheid en geluk brengt. ´ schreef ik:

“Je gaat er echter van uit dat de kern van het boeddhisme is, ‘mildheid en geluk‘ te brengen. ‘Geluk’ wordt daarbij zoveel betekenissen toegekend dat het woord beter vermeden kan worden. Misschien kan je beter van ‘wijsheid’ spreken.
En ‘mildheid’ kan zeker een resultaat zijn van het beoefenen van het boeddhisme maar is niet het enige kenmerk ervan.
Ook de onderkenning dat het leven – in zekere mate onvermijdelijk – lijden en ongeluk met zich meebrengt, hoort erbij.
Het boeddhisme heeft ook iets VERONTRUSTENDS in zich. En dat is niet verenigbaar met een FEEL GOOD Happinez-boodschap.
Het gaat dus niet om gradaties van ietsje meer of ietsje minder boeddhistisch, het gaat om een richting.”


Ik eindig deze blog met de verzuchting of het Nederlandse boeddhisme wel bestaat.

Op 5 november verscheen in het BoeddhistischDagblad het artikel Rob Lindeman: ‘Asoka mede failliet door gebrek aan zakelijkheid’

Een aantal van de 57 reacties er op was van mij.
Die neem ik hier deels over, met soms een korte beschrijving van de aanleiding ervan.

Op 5 november schrijf ik: ” Op basis van wat ik hierboven lees, zeg ik: Dorine heeft groot gelijk dat ze niet mee wilde doen met wat Lindeman noemt ‘een andere koers varen’. Het boeddhistische karakter van ‘BoeddhaMagazine’ was al verdund; aan een tweede Happinez heeft niemand behoefte.
En als het New Age gehalte van komende Asoka-boeken gaat toenemen dan worden er alleen nog maar spirituele illusies verkocht. Mijn steun voor het idee van ‘Boeddhistische crowdfunding in Nederland’ ten behoeve van Asoka (zoals verleden week geopperd) trek ik dan in.
Hylkema had wel lange tijd de touwtjes bij BUN, BOS en BZI in handen maar BUN-voorzitter is hij nooit geweest.
Ook het aspirant-BUN-bestuurslid zijn van Lindeman herinner ik me nog goed; harmonie bracht die functie toen niet. Als hij zich èn met het beleid van BoeddhaMagazine èn met het beleid van Asoka als boekenuitgever èn met het beleid van de BUN gaat bemoeien, dan worden het drukke tijden voor (boeddhistische) journalisten om belangenverstrengelingen te ontwarren.
Moet de BUN ook ‘wat commerciëler’ worden soms? Wat hebben ze dan te verkopen?
Ik ben geen pessimist maar de implosie van het georganiseerde boeddhisme is zich nu in versneld tempo aan het voltrekken.
”

En bijdrage van Kees Klomp op 1 december:
“ ik wil een hypothese/stelling deponeren naar aanleiding van de asoka-discussie: als boeddhisten geen realistische relatie met commercie weten te ontwikkelen, wordt dit het failliet van het boeddhisme in Nederland….
op de één of andere wijze geven veel boeddhisten blijk van een volstrekt apathische relatie met commercie. het is wat mij betreft een aperte illusie is om te denken dat boeddhisme geïsoleerd beoefend kan worden van de markteconomie waarin we leven. productie, consumptie en transactie zijn onlosmakelijke onderdelen van de maatschappij waarin we leven. ook voor boeddhisten. ook bij boeddhistische producten. daarom is het de grootst mogelijke onzin om asoka te betichten van zakken-vullerij en/of het populariseren van het boeddhisme. asoka is een bedrijf, en soms is het voor het voortbestaan van een bedrijf noodzakelijk om pijnlijke ingrepen te doen – zoals een faillissement of een ontslag – net zoals het noodzakelijk is om voldoende afzet voor je producten te vinden. bijvoorbeeld door een groter, breder publiek te vinden en binden. dat is normaal! maar omdat asoka boeddhistisch is, is dat voor sommige mensen opeens een onoverkomelijkheid en een rede voor allerlei verwensingen en veroordelingen. met zoveel onwetendheid wordt boeddhisme nog eens om zeep geholpen door zijn eigen beoefenaars…
”

Op 1 december reageer ik richting Kees:
“ Kees
Die uitdaging neem ik graag aan. Zowel over de Asoka-case als over het thema boeddhisme-commercie in bredere zin.
Om te beginnen graag eerst een vuiltje uit de lucht halen: ik ben me er niet van bewust dat iemand Asoka heeft beticht van zakken-vullerij; sterker nog: ik krijg het toenemende vermoeden dat Lindeman en ’t Hooft uit eigen zak veel hebben bijgelegd.
Inderdaad, boeddhisme en commercie hebben veel met elkaar te maken, vroeger (in Azië) en nu; de bekende boeddholoog Gregory Schopen heeft daar dingen over gezegd die veel boeddhisten liever niet wilden horen.. Vroeger hadden ook boeddhisme en politiek veel met elkaar te maken, ook niet leuk maar wel waar.
Zeker geven “ veel boeddhisten blijk van een volstrekt apathische relatie met commercie”, maar helaas ook tot politiek en tot het lezen van boeken die ze al gauw te duur vinden.
Het is goed dat het tot iedereen doordringt dat Asoka een bedrijf is; lange tijd zijn – ook door betrokkenen zelf – Asoka, BUN en BOS als nonprofit drieeenheid beschouwd.
Het zou mooi zijn als een deel van Asoka min of meer non-profit is zoals kennelijk Wisdom Books is, zoals Gerolf ’t Hooft en ik hopen, maar of dat financieel-technisch kan weet ik niet (betwijfel ik eigenlijk).
Zover dat niet kan zie ik Asoka als lezer, als consument dus in commercie-termen. De vraag is: wie wil zich laten ‘binden’ of een van je termen te gebruiken?
Tenslotte, dat het “ boeddhisme nog eens om zeep [wordt] geholpen door zijn eigen beoefenaars ”?
Volgens mij is ‘het’ boeddhisme en het aantal Nederlandse beoefenaars ervan opgeblazen. Het boeddhisme is, ook als markt, een niche, meer niet. Dat er daarnaast een spirituele licht-boeddhistische markt is, heb ik geen probleem mee, maar geef het wel het juiste etiket.
Tenzij je bedoelt dat ook boeddhistische sangha’s zich meer als bedrijf moeten gaan opstellen en hun Dharma-aanbod vermarkten; het is de bezorgdheid daarvoor waardoor je minstens een deel van de reacties over de Asoka-case zou kunnen begrijpen.
“

Nina (Nannini) zegt op 1 december:
“Historici spreken over ‘lieux de mémoires’ of ‘invented traditions’ als de beleving van het gebeurde een belangrijker rol krijgt dan de daadwerkelijke feiten. @Joop er lag een voorstel van Rob, maar dat is mijn inziens privé tussen beiden en zullen we niet uit de doeken doen.
En waar de conclusie vandaan komt dat BoeddhaMagazine commerciëler zou worden is mij een mysterie. Lees het december nummer en kom dan alstublieft terug met een inhoudelijke analyse. Het is geen verdunning, verbreding en versmalling, het gaat om kwaliteit in tekst en beeld. Onze verantwoordelijkheid daarin om zorgvuldig met de financiën om te springen. Zelfs nu zo goed en zo kwaad als het gaat. We hebben een aantal keuzes gemaakt om de kosten en baten in balans te brengen omdat we dit blad met veel bevlogenheid maken. En we draaien overuren om de boel weer op de rit te krijgen, maar altijd met een glimlach als we denken aan het kunnen voort laten bestaan van onze activiteiten
.”

Ik reageerde een paar uur later:
“@Nina
a. “Een voorstel van Rob” klinkt wat informeel, het moet toch gaan om een duidelijke ontslagregeling? En is dit “voorstel” nog van kracht? Natuurlijk hoef ik de inhoud ervan niet te kennen
b. De term ‘commercieel’ wordt nu op twee manieren gebruikt.
De eerste is die van Kees en gaat over de onvermijdelijke economische krachten waar iedereen rekening moet houden.
De tweede is bv. vermarkten van de Dharma, advertorials en B.N.ers gebruiken
Boeddhisme, ook in verdunde of populaire vorm is nooit een feelgood-zaak, is nooit voor bange mensen.
Verder wacht ik het decembernummer graag af
“

Ene Marianne schreef op 3 december:
“... Daarnaast vraag ik me af of een bedrijf als Asoka uit de buurt moet blijven van Happinez-achtige uitingen. Een uitgave die ‘iets minder boeddhistisch’ is, kan toch bij iemand een zaadje water geven dat hem of haar dichter bij mildheid en geluk brengt. De vraag hiernaar is wellicht groter, en naar mijn gevoel ook legitiem. “

Mijn antwoord een dag later:
“Ongetwijfeld is de vraag daarnaar groter, Marianne; en het aanbod daarvan is daarom ook allang groter.
Je gaat er echter van uit dat de kern van het boeddhisme is, ‘mildheid en geluk‘ te brengen. ‘Geluk’ wordt daarbij zoveel betekenissen toegekend dat het woord beter vermeden kan worden. Misschien kan je beter van ‘wijsheid’ spreken.
En ‘mildheid’ kan zeker een resultaat zijn van het beoefenen van het boeddhisme maar is niet het enige kenmerk ervan.
Ook de onderkenning dat het leven – in zekere mate onvermijdelijk – lijden en ongeluk met zich meebrengt, hoort erbij.
Het boeddhisme heeft ook iets verontrustends in zich. En dat is niet verenigbaar met een feelgood Happinez-boodschap.
Het gaat dus niet om gradaties van ietsje meer of ietsje minder boeddhistisch, het gaat om een richting.
“


Kees Klomp stelt dit thema opnieuw (op 7 december) aan de orde in een reactie op de Rients Ritskes-thread waarin hij meent de kunnen constateren dat er een groep boeddhisten is met een apathische relatie met commercie

Ik reageer daar 10 december alsnog op:
“@kees
Er is ook een groep boeddhisten met een apathische relatie met het boeddhisme, zoals m.b.t. de onmogelijkheid met boeddhistische boeken minstens quit te spelen of de dreigende verdwijning van de BOS
Hoewel ik een nitwit ben op marketing-gebied (op welk gebied niet?): wat denk je van het statement ‘geld genereren of generen’ om de relatie met commercie te verhelderen?
Verder kan je je terminologie om afkeuring uit te drukken, wat verbreden want steeds weer ‘dogmatisch en fundamentalistisch’ te schrijven, wordt wat armoedig.
”


Op 28 november verscheen er in het Boeddhistisch Dagblad een interview met Gerolf ’t Hooft (en Nina Nannini)

In een reactie daarop schrijf ik:
“ Aardig interview waarin het nodige duidelijker wordt maar een paar punten ook niet. Laat ik die maar eerst noemen:
- De preciese (juridische) ontslaggrond van Dorine blijft onduidelijk; en waarom was en is er geen ‘Redactiestatuut’voor het blad BoeddhaMagazine? Dat had de problemen minstens beter kunnen reguleren en misschien voorkomen.
- Synthese en Het Vlakke Land gingen tegelijk met Asoka failliet, dat kan geen toeval zijn, kennelijk was er financiële verwevenheid tussen die drie: hoe zit dat in elkaar?
Twijfelgeval is de formulering ‘Rob Lindeman, financieel nauw betrokken bij Asoka’, hij is toch gewoon de (meederheids)eigenaar ervan ? Of in ieder geval van het nieuwe ‘Virtu’ ?
Ik heb veel Asoka-boeken gekocht en gelezen de afgelopen tien jaar; en ik heb Gerolf bewonderd voor z’n initiatief. Maar hij is, net als meer mensen, slachtoffer van de fictie dat er in Nederland heel veel (honderdduizenden werd gezegd) boeddhisten zijn en dat dat aantal groeit. Deze fictie, in stand gehouden door mensen die daar belang bij hadden (nu ook de V.U.), wordt steeds meer doorgeprikt.
Er wordt nu van ‘hardcore’ boeddhisten gesproken. Ik zou liever van ‘serieuze boeddhisten’ spreken maar hoe heten die andere duizenden dan, ‘softcore’? (Nietsisten noem ik ze graag, dat is misschien te moeilijk)
Goed dat de ‘Klassieke Tekstbibliotheek’ blijft (al vind ik de metafoor ‘kroonjuwelen’ ongelukkig) maar ik zou zeggen: verbreed dat fonds tot: Boeddhistische Tekstbibliotheek. Dat is in feite wat ook Alluman voorstelt. Wel financieel helder afgescheiden van de rest van ‘Virtu, zodat crowdfunding of giften mogelijk zijn. En ‘klassiek’ in de zin van chique gebonden/ingenaaid hoeft ook niet meer.
Mijn conclusie: m’n oproep geen Asoka-boeken te kopen, trek ik in.
Dat geldt echter niet BoeddhaMagazine, er zal eerst meer duidelijkheid moeten komen over het ontslag en over het nieuwe beleid.
“


Nog een ander thema dan Asoka, de Dharma namelijk
Op 11 november schreef Edel Merx een lyrische tekst het BD over de Lotus Sutra

Mijn reactie:
“Ik heb de Lotus Sutra altijd een leuke tekst gevonden.
Alleen dat Shariputra afzeiken, dat heb ik nooit begrepen; waar was dat voor nodig?
“

Edel zegt daarvan:
“ Inderdaad, fair is iets anders. Shariputra is in de Mahayana sutra’s vaker de pieneut van dienst. In de Vimalakirti is het nog veel erger. Daar wordt hij pas echt ‘afgezeikt’.
Blijkbaar zetten deze teksten zich af tegen een verstarring in de Sangha en in de interpretatie van de Pali teksten. Shariputra is als epitoom van wijsheid in deze teksten dan ook het eerste mikpunt.
In het Chinese boeddhisme heeft dit als gevolg gehad dat men de Pali-canon als inferieur, als ‘hinayana’ is gaan zien. Wat mij betreft een complete misinterpretatie die helaas zelfs in de hedendaagse boeddhologie nog doorspeelt.
In Azië merk ik dat vele monniken theravada en mahayana als twee verschillende uitdrukkingsvormen zien van een en dezelfde Dharma. Zo voel ik het zelf ook aan.
Laat ons hopen dat Shariputra wijs genoeg is om de hem toebedeelde rol op te nemen zonder zich persoonlijk beledigd te voelen. Een beetje historisch inzicht kan helpen. Overigens wordt hij in de mahayana kloosters vaak afgebeeld en met alle respect behandeld.
“

Ik vind daarvan:
“ Inderdaad is het Sariputra bashen nog sterker in de nog grappigere Vimalakirti Soetra. Deze teksten speelden een rol in de mahayanisering in China ruim vijftienhonder jaar geleden.
Alan Cole heeft er een boeiend boek over geschreven: ‘Text as Father: Paternal Seductions in Early Mahayana Buddhist Literature‘; (California Univ Press, 2005)
Uit de samenvatting: “This study attempts to shed new light on the origins and nature of Mahayana Buddhism with close readings of four well-known texts – the Lotus Sutra, Diamond Sutra, Tathagatagarbha Sutra, and Vimalakirtinirdesa. Treating these sutras as literary works rather than as straightforward philosophical or doctrinal treatises, Cole argues that these writings were carefully sculpted to undermine traditional monastic Buddhism and to gain legitimacy and authority for Mahayana Buddhism as it was veering away from Buddhism’s older oral and institutional forms….”
En mij zou het vooral als wijs voorkomen, te accepteren dat HET boeddhisme niet bestaat, dat er nogal grote verschillen zijn tussen de tradities.
En het zou me verstandig voorkomen dat men ook kennis neemt van andere boeddhistische tradities dan de eigen: gewoon onbevangen lezen of luisteren; dat wordt nog nauwelijks gedaan. En dat men daarmee het bestaan van verschillen (naast, inderdaad Edel, overeenkomsten) accepteert.
Het belangrijkste van je essay blijft natuurlijk dat het lezen ervan (van de Lotus Soetra eigenlijk) spirituele ervaringen op kan roepen. En die zijn per definitie subjectief.
“


Op 24 oktober verscheen in een artikel in het BD over de ‘ongebonden boeddhist’

Dat riep veel reacties op waaronder die van mij:
“ Inderdaad heb ik begin 2009 mede een voorstel ingediend om het betrekken van niet-georganiseerde boeddhisten bij de BUN te regelen. Dit hoewel ik toen noch nu zelf ongeorganiseerd was; ik vond dat zowel voor de ongeorganiseerde als voor de BUN (die representatief kon gaan worden) wenselijk.
Inmiddels zijn mijn opvattingen -[geëvolueerd] en is de bestaansreden van de BUN onduidelijker geworden.
Nu zou ik zeggen tegen de ongeorganiseerde: het hoeft niet; en tegen de BUN: hef je maar op.
“


Op 31 oktober stond er een interview in het BD met BUN-bestuurslid Humphry Versloot dat door z’n openharighweid verbazing opriep.

Ik reageerde een dag later:
“ Humphry Versloot lijkt mij de juiste man op de juiste plaats en juiste moment in het BUN-bestuur, alleen weet ik nog niet wat – historisch achteraf gezien – zijn functie zal zijn geweest. Misschien wel: degene de de opheffing van de BUN vakkundig heeft begeleid.
Als ‘ongebonden boeddhist’, (ik zeg nog eens: de term ‘omgeorganiseerde boeddhist’ verdient de voorkeur) kan hij onbevangen beleid gaan vormen over de twee vragen: wat heeft de BUN aan de ongeorganiseerden? En: wat hebben ongeorganiseerden aan de BUN? En trouwens is hij ook al bezig met de derde en vierde vraag: wat hebben georganiseerde boeddhisten en wat hebben boeddhistische organisaties aan de BUN (en omgekeerd uiteraard) ? Bepaald geen nieuwe vragen, misschien moet hij nog eens de jammerklacht van Jan Willem Houthof lezen toen die als BUN-voorzitter vertrok.
De laatste tijd heb ik me intensief beziggehouden met het mogelijke werk van een ‘boeddhistisch geestelijk verzorger’ en de opleiding master-plus daarvoor, door de VU samen met de BZI (BUN dus) opgezet. Werken er bij Zorgpartners waarVersloot topbestuurder is, geen (boeddhistisch) geestelijk verzorgers? Anders had hij dat vast wel vermeld. Is er eigenlijk wel emplooi voor de masters-plus, naast de paar bij Justitie dan? Of beschouwt hij geestelijk verzorgers in de gezondheidzorg niet als professionals (ik wel, zie mijn blog van vandaag over het handboek daarvoor) ?
Een klein raadseltje vormt het antwoord op de vraag van de interviewer van het BD of er spanning is over de uitkomst van het Kaski-onderzoek. Versloot zegt daarop: ‘Ik heb het concept zelf nog niet gelezen, …’. Is er een concept dan en hebben sommigen (in het BUN-bestuur bijvoorbeeld) dat dan wel gelezen? Het moet dan een geheim concept zijn. ...
“

Een paar dagen later, na andere reacties, schrijf ik:
“ Het is al weer meer dan 20 artikelen geleden (volgens mij plaatsen jullie teveel artikelen, BD-redactie) maar ik wil nog eens op dit interview met dhr. Versloot terugkomen.
En wel om er m’n verbazing over uit te spreken dat niet één vertegenwoordiger van de BUN-leden meedoet aan de publieke discussie over het georganiseerde boeddhisme op deze site van het BoeddhistischDagblad.
Niet over dit interview, niet over het artikel over voorgenomen bezuinigingen waardoor de BOS vrijwel verdwijnt, niet over het Kaski-onderzoek, niet over de levendige discussie hier m.b.t. ‘de ongebonden boeddhist’, niet over het faillisement van Asoka en het mogelijk verdwijnen van BoeddhaMagazine als boeddhistisch kwartaalblad.
Terwijl dat toch allemaal onderwerpen die de BUN raken of zouden moeten raken als ‘officiële vertegenwoordiger van het boeddhisme in Nederland’.
Ik denk niet dat het arrogantie is van de BUN-leden; het is m.i. desinteresse : hun eigen sangha houdt hen bezig; en verder moet het landelijk gezellig zijn.
Volgende week zaterdag, 17 november, is er een ledenvergadering van de BUN. Andere boeddhisten dan de leden zijn daar nog steeds niet welkom, maar zal het er weer weer net zo gezapig aan toe gaan als de laatste keren, blijkens ‘nieuwsbrieven’ van de BUN-voorzitter?
Op de site van *OpenBoeddhisme* (adres bekend) las ik als nieuwtje dat het Kaski hun evaluatie bij Justitie heeft ingediend en dat de uitlatingen van Versloot officieel geen invloed op de beslissing over erkenning van de BUN van de staatssecretaris hebben.
Het zal mij benieuwen.
“

Ujukarin (vertegenwoordiger van Triratna Amsterdam) neemt de handschoen op:
“ Je vraagt naar de bekende weg, Joop. Het is geen arrogantie en geen desinteresse maar een gezamenlijke konstatering dat publieke discussie in forums als dit niet goed functioneert. Voor mijn perceptie daarvan citeer ik uit Henk M’s commentaar op de Asoka-discussie:
“Het is ook bijzonder gemakkelijk om boeddhisten of boeddhistische organisaties aan te vallen, om vervolgens nog heel gemakkelijk een extra aanval te lanceren (verwijt van niet boeddhistisch gedrag) wanneer ze zich proberen te verweren.
Dat het boeddhisme in Nederland nog niet volwassen is blijkt wel uit het feit dat de criticasters niet opbouwend zijn. Zo zitten we dan tenminste met zijn allen nog in dezelfde fase :-)”
Maar jouw perceptie, zijnde een van die criticasters, zal wel afwijken.
Overigens kan ik je uit eigen ervaring melden dat de discussies tijdens de laatste BUN vergaderingen zeer levendig waren, als de notulen een indruk van gezapigheid geven is dat onterecht.
Het moge duidelijk zijn dat ik ook verder niet op dit topic zal reageren, geen publieke discussie is geen publieke discussie…
Wijsheid gewenst van een der BUN vertegenwoordigers,
“

Mijn antwoord:
“ Dank je, Ujukarin, voor deze reactie die geen reactie heet te zijn.
Eén correctie: ik ken de notulen van BUN-ledenvergaderingen niet, die zijn niet openbaar (vroeger trouwens wel); ik ken de herinnering van de BUN-voorzitter aan de vergaderingen in zijn ‘Nieuwsbrieven’.
Er is een vraag waarop je wel zou kunnen reageren; namelijk jullie (?) ‘gezamenlijke konstatering dat publieke discussie in forums als dit niet goed functioneert‘. Niet leuk voor de BD-redactie; maar vooral: niet leuk voor de lezers.
Mijn vraag: is het dan niet een gezamenlijke uitdaging van BUN èn boeddhistische forums en blogs èn lezers daarvan om wèl een goed functionerende publieke discussie over het boeddhisme in Nederland tot stand te brengen? Doe eens voorstellen.
“

Dat ‘voorstel’ kwam:
“ Okay, 1 volgreaktie dan: mijn geheel onbevooroordeelde mening ;-) is dat die uitdaging ligt bij degenen die m.i. nu die discussie grondig verziekt hebben. Het opheffen van openboeddhisme.nl, een m.i. totaal van boeddhistische ethiek verschoonde site vol azijnp&((&*(erij erger nog dan geenstijl.nl waar de opstellers zich ernstig voor zouden moeten schamen, zou een stap in de goede richting zijn. Pas als we op basis van gedeelde boeddhistische waarden zoals erkennen-van-noodzaak-tot-sangha en elkaar-aanspreken-op-ethisch-gedrag-en-altruïsme en respect-voor-wie-zijn-nek-uitsteekt inplaats van stuurman-aan-wal-alles-beter-weten-maar-zelf-geen-poot-uitsteken-voor-Dharmaduta zouden kunnen communiceren dan zou die discussie ook op publiek niveau weer nuttig kunnen worden. Ik herken die waarden totaal niet bij de opponenten/dissidenten en dat sterkt me in het vasthouden van de onder de BUN aanhang afgesproken lijn om die discussie niet meer aan te gaan..
Wijsheid gewenst…
“

Nog een keer een reactie van mij daarop:
“ Ik had een discussie op hoger niveau gewild, in technische zin dan: welke structuur is het best? Moet er een afzonderlijke website of forum komen? Met welke software, want ik technisch slechte en technisch goeie fora meegemaakt?
Wie benoemd de moderator? Daarbij kan ik me het probleem van de BD-redactie wel voorstellen want journalist zijn en moderator zijn is lastig te verenigen.
Dus een moderator, die moet er komen, daar zullen we het over eens zijn. En voorwaarden moeten er ook zijn, maar hoe kan je nou erkennen-van-noodzaak-tot-sangha eisen als het gaat om bijvoorbeeld de plaats van de ongeorganiseerde boeddhist?
Het lijkt mij dat het initiatief samen genomen moet worden, ik wacht 17 november wel af.
“

Opmerking achteraf: het enige dat ik over de ledenvergadering van 17 november heb gelezen (de BUN-website is al bijna 2 maanden onveranderd) stond hier:
“... in een beleidsdocument dat aan de volgende ALV in mei volgend jaar gepresenteerd zal worden. Daarin zal ook de relatie tussen BUN en aangesloten sangha’s aan de orde komen en de eventuele toelating van loslopende, zogenoemde ongebonden en/of ongeorganiseerde boeddhisten, worden aangegeven. ”
Laat ik het maar ronduit zeggen: hier heb ik geen enkel vertrouwen in of nog behoefte aan.


Nadat kranten, televisie en een aantal levensbeschouwelijke omroep-websites er al eerder over berichten, stond in het BD van 6 december indirect ook het bericht dat de staatssecretaris van Onderwijs en Cultuur in een brief aan de Tweede Kamer meedeelde de financiering van 2.42-omroepen zoals de BOS na 2015 te beeindigen.
‘Indirect’ want het bericht was een kommentaar van de BOS-directeur er op: ‘ Gertjan Mulder: niet gehecht aan BOS, wel aan boeddhistische programmering.
Boeddhisten zijn altijd vòòr niet-hechten maar dit was toch wel wat merkwaardig. Een paar reacties van mij, en een van een ander die Gertjan verdedigde:

Op 7 december schreef ik:
´ Er staat een pijnlijke fout in dit bericht. Dat betreft de zin ‘De staatssecretaris gaat op korte termijn met de BOS en andere 2.42 omroepen praten over de wijze waarop zij invulling willen en kunnen geven aan levensbeschouwelijke programmering. ’ Waarschijnlijk heeft de redactie van BD dit van de BOS-directeur Gertjan Mulder zo gehoord.
In de brief van de staatssecretaris staat echter, en ik citeer: ‘Ik ga op korte termijn met de genootschappen praten over de wijze waarop zij invulling willen en kunnen geven aan levensbeschouwelijke programmering. ’
En ‘de genootschappen’ zijn in termen van de Mediawet ‘Kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag’.
De BUN dus in het geval van de boeddhisten.
´
Waar is de stem van de BUN trouwens in de discussie van de laatste dagen? Worden we als boeddhisten eigenlijk nog wel vertegenwoordigd? Moet de BUN-voorzitter niet de regie van het overleg met de staatssecretaris en met andere ‘genootschappen’ overnemen?
Want het optimisme van Gertjan Mulder is onbegrijpelijk.
Een BOS zonder budget is, zogenaamd geïntegreerd in een andere omroep zoals de VPRO feitelijk non-existent. Waarom zou de VPRO in de toekomst programma’s gaan maken waarin de boeddhistische levensbeschouwing centraal staat? De VPRO heeft eerder dit jaar feitelijk al aangegeven dat niet te gaan doen.
Misschien is het niet zo erg dat de BOS verdwijnt. Maar als we het wel erg vinden dat er nog minder of geen boeddhistische programma’s meer komen moeten we ons niet door een al bijna vertrokken BOS-directeur in een passieve jubelstemming laten brengen.
´

Een reactie van een andere lezer hierop was:
´ Mooie illustratie van half vol of half leeg glas; het standpunt van Gertjan Mulder versus dat van de heer Romeijn. De positieve grondhouding van de heer Mulder lijkt mij erg constructief. Ik vraag mij af welke nietgenoemde belangen de heer Romeijn heeft. Zijn weinig subtiele toevoeging “bijna vertrokken” komt erg suggestief op mij over. ´

Reden voor mij hier twee achtereenvolgende reacties op te geven:
´ Als de staatssecretaris zegt ‘… dat de kerkgenootschappen en de genootschappen op geestelijke grondslag hun zendtijd zelf moeten financieren ’ dan is de uitspraak van Gertjan Mulder gedaan in de Volkskrant van vandaag, ‘ alleen ben ik wel nieuwsgierig naar de preciese financiering ’ toch op z’n minst lichtzinnig te noemen.
Overigens ging mijn reactie primair over de apathie van het georganiseerde boeddhisme na de brief van de staatssecretaris, vergeleken met de activiteiten van bv humanisten, de joodse gemeenschap en de katholieke kerk de laatste dagen.
En vertrekken per 31 december, met de kerstdagen er nog af, is toch ‘bijna’ ?
Mijn belang? Zie mijn blog van de afgelopen jaren, zou ik zeggen.
´

En een dag later:
`En dan nu iets positiefs:
Een twitterbericht van ‘BOSRTV’ van gisteren naar aanleiding van de mededeling over het stoppen van de financiering van de BOS:
BoeddhistischeOmroep ‏@bosrtv
…, …, … dank dat jullie je portemonnaie willen trekken. Fijn om te horen!

(namen heb ik verwijderd)
Dat wil ik ook wel, dat zijn er al vier.
Doen net zo als de humanisten gestart zijn, zie www.humanistischverbond.nl/nieuws/archief/2011/help-ons-de-humanistische-omroep-te-behouden
Misschien kan het ook via de Stichting ‘Vrienden van de BOS’ ?
Moet ie wel eerst een echt bestuur krijgen. Kom, Gertjan, doe nog een goede daad.
´


Daarna wordt het stil, alsof een witte sneeuwdeken over alle boeddhisten is gedaald en niemand zich meer waar dan ook nog zorgen over maakt.
Ook het ontbreken van aandacht voor het kamercommissiedebat op 10 december (over het voortbestaan van o.a. de BOS) is symptomatisch.

Die grote onzichtbaarheid kan ook wel eens betekenen dat het Nederlandse boeddhisme niet bestaat, dat er niet honderdduizenden boeddhisten zijn zoals degenen die belang bij een groot aantal hebben, dachten; dat er niet tienduizenden zijn zoals ik jaren dacht, maar hoogstens enkele duizenden die stil voornamelijk achter de voordeur hun ding doen.